REINDER SPRIENSMA UIT URETERP


Inleiding


De eerste vrienden van mijn tweede vrouw Ans die ons feliciteerden met onze liefde voor elkaar waren Henk en Sienke Slager. Ans is al meer dan 25 jaar met hen bevriend.

Sienke was nog maar twee jaar toen haar vader Reinder werd opgepakt wegens het verbergen van een Joods gezin. Reinder deed mee aan de LO-Opsterland.

Deze site gaat vooral over LO- en KP-mensen die druk doende zijn met hulp aan onderduikers op afstand, zeg maar.

Daarom is het goed om ook een paar voorbeelden te hebben van Nederlanders die zelf onderduikers onderdak boden. Eén daarvan is Reinder Spriensma, boer uit Ureterp. Zijn foto staat in Het Grote Gebod, het standaardwerk over het verzet.

Net als bij Lammert Huizing werden ook hier arrestaties verricht door de Duitsers. En beiden, Lammert en Reinder, overleden in een concentratiekamp.

Zo zie je uit een paar voorbeelden die min of meer toevallig op mijn weg komen, hoe levensgevaarlijk het was onderdak te bieden aan Joodse landgenoten. Het kostte hun beiden hun jonge leven. Beiden waren pas 28 jaar toen ze stierven.

 

Wanneer Joodse onderduikers worden opgepakt


Wanneer Joodse onderduikers worden opgepakt, wordt meestal ook de man des huizes gearresteerd.

Vrouw en kinderen blijven verbijsterd achter. De bedden zijn nog warm, het eten staat nog te dampen en plotseling is het huis leeg. Weg man en vader, weg de onderduikers.

De kinderen en het vee zorgen voor enige afleiding, maar je hoofd is er niet bij. Hoe moet je verder? En wat gaat er met je man gebeuren?

Het enige wat rest is bidden: "O Here God, help m'n man en de onderduikers. En help ook mij? Hoe moet ik verder? O, God help me. Ik weet het niet meer."

Verder is elke arrestatiegeschiedenis weer anders. Ook die van Reinder Spriensma uit Ureterp.









Reinder Spriensma

Deze foto staat in Het Grote Gebod (p. 175 dl. 1)

Het grote standaardwerk over LO en LKP


De arrestatie van Reinder op 11 augustus 1944


Reinder woonde met zijn vrouw Nel en twee kindertjes op een boerderij bij Ureterp. De derde moest nog geboren worden. Zij kerkten in de Gereformeerde Kerk te Ureterp. Daar werd in de loop van de eerste oorlogsjaren de LO-Opsterland opgericht, die zorgde voor het onderbrengen van onderduikers. Via de kerk werd hun verzocht Joodse onderduikers te huisvesten.

Een eenvoudige vraag met een zwaar antwoord. Een antwoord dat biddend was voorbereid: "Ja, laat ze maar komen."

Eerst kwam een alleenstaande Joodse meneer uit Amsterdam. Die vertrok in het voorjaar 1944. In zijn plaats kwam een Joods artsenechtpaar. Voor een wand was een kast geplaatst, waarachter een slaapvertrek was met een zitje.

Op een stralende dag, 11 augustus 1944, stopte een Duitse overvalwagen voor de boerderij. In een mum van tijd was de boel omsingeld. Bij een grondige huiszoeking werd de ruimte achter de kast ontdekt. Hardhandig werden de twee Joden en Reinder ingeladen en weg was de auto. Richting Scholtenhuis in Groningen.

Was de boel verraden? We weten het niet helemaal zeker. Maar de kans dat het waar is, is groot. Reinder praat er later in het kamp ook zo over: verraad door een NSB'er. Door wie? Onbekend.


Scholtenhuis

Hier zwaaide de beul van Groningen Lehnhof de knots: het Scholtenhuis


Het Scholtenhuis was een statig herenhuis aan de Grote Markt in Groningen, vlak bij de Martinikerk en -toren. Het droeg een lugubere naam vond ik als kind: "Voorportaal van de hel." Mijn vader legde uit dat hel hier betekende: verschrikkingen van Duitse kampen waar je terecht kwam. Sommigen kwamen bij de martelingen om het leven of pleegden zelfmoord door uit het raam te springen. Anderen raakten invalide voor het leven.

Op het Scholtenhuis is Reinder verhoord. Waarschijnlijk heel hardhandig. Niemand kwam uit het Scholtenhuis zonder geslagen te zijn, dat was het minste. De SD probeerde bij elke arrestant informatie te verkrijgen over contacten in de illegaliteit.

Scholtenhuis na de bevrijding

Het Scholtenhuis na de bevrijding. Hier was geen Groninger rouwig om.
(Met dank aan Hans Meines)


Reinder via het Huis van Bewaring in Groningen naar Kamp Vught


Vanuit het Scholtenhuis wordt Reinder overgebracht naar het Huis van Bewaring te Groningen. Dat is de grote gevangenis aan de Hereweg. Van hieruit werden de gevangenen op transport gesteld naar kamp Amersfoort of naar kamp Vught. Beide namen doen velen nog huiveren.

Reinder schrijft op 20 augustus 1944 een brief aan zijn vrouw en kinderen. Hij zegt dat hij daar alleen maar kan bidden voor hen en voor zichzelf. Hij spoort zijn vrouw aan het ook van de Here te verwachten. En hij hoopt op een spoedig weerzien in gezondheid.

Reinder heeft één dag in Westerbork doorgebracht op doorreis naar kamp Vught. Wat er toen gebeurd is, daarover verkeerde de familie in het ongewisse.

Dominee Joh. de Wal, een broer van Nel, vraagt het Nederlandsche Roode Kruis om inlichtingen over Reinder. Daarop komt het volgende antwoord op 8 november 1944.

Den Weleerw. Heer Ds. Joh. de Wal,
Quatrebras 211,
HARDEGARIJP

Onderwerp. Inl. omtr. den Heer R. Spriensma.

Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 18 september jl. deel ik U mede, dat volgens de aan mij verstrekte inlichtingen, de personen, die zich in het concentratiekamp Vught bevonden op 6 September jl. naar Duitsland zijn weggevoerd, de mannen naar het concentratiekamp Sachsenhausen te Oranienburg bij Berlijn, de vrouwen naar het concentratiekamp Ravensbrück te Fürstenberg in Mecklenburg.

Correspondentie met deze gevangenen is eerst mogelijk, wanneer de familie een persoonlijk bericht van hen heeft ontvangen, waarin het blok- en gevangenennummer wordt medegedeeld.

De gevangenen in voornoemde kampen mogen een onbeperkt aantal pakketten ontvangen welke tot voor kort via de posterijen konden worden gezonden, daar de Duitsche autoriteiten het Nederlandsche Roode Kruis verboden hebben, bemiddeling te verleenen bij de verzending van pakketten aan politieke gevangenen. Momenteel nemen de posterijen echter geen postpakketten aan. Ik geef u in overweging van tijd tot tijd bij het plaatselijk postkantoor hieromtrent informaties in te winnen.


Van Vught naar Sachsenhausen op 6 september 1944


Reinder is 26 dagen na zijn arrestatie op 6 september 1944 per treinwagon naar Oranienburg vervoerd. De mannen gingen naar het concentratiekamp Sachsenhausen en de vrouwen naar Ravensbrück. Sachsenhausen lag 35 km van Berlijn.

Het was een werkkamp, waar gevangenen onder buitengewoon slechte omstandigheden met weinig en slecht eten zware lichamelijke arbeid moesten verrichten.

Reinder moest met velen werken in een kleigroeve. De zware klei moesten ze met een kruiwagen honderden meters naar boven duwen naar een installatie waar de klei gemengd werd, zodat het geschikt werd voor de naburige steenfabriek. Als je niet hard genoeg omhoog liep, ging de zweep erover. Dan had je nog geluk.

Reinder heeft in december 1944 longontsteking gekregen. Hij was zeer verzwakt. Van een medegevangene kreeg hij extra voedsel, maar hij is er toch niet bovenop gekomen. Hij is in die periode verzorgd door een Noorse arts. Op 13 januari 1945 is Reinder overleden. Zijn lichaam is in het kamp gecremeerd, zoals te doen gebruikelijk.

Pas eind maart krijgt Nel bericht dat Reinder overleden is. Een dominee komt haar dat vertellen.

De overlijdensaankondiging is ontroerend, zeker als je de droevige omstandigheden in rekening brengt: drie kleine kinderen die hun vader niet zullen kennen.

Maar de kaart getuigt ook van geloof: "Dat hij thans juicht voor Gods troon is onze rijke troost."



de poort van sachsenhausen

Wie hierdoor binnen ging moest het ergste vrezen

Maar Gods engelen konden er ook door!!!

 "ONTHULLING GEDENKTEN AAN REINDER SPRIENSMA OP 4 MEI 2018 TE URETERP


Gedenkteken voor Reinder Spriensma


In aanwezigheid van zijn nabestaanden is afgelopen vrijdag (4 mei) op het kerkhof in Ureterp een monument onthuld ter nagedachtenis aan Reinder Spriensma (8 juni 1916 – 30 januari 1945). Het tragische verhaal van Spriensma tot voor enkele jaren bij weinigen bekend. Bij de dodenherdenkingen in Ureterp werd zijn naam niet genoemd. In 2015 is dit hiaat hersteld.

Een artikel van Roel van der Heide vorig jaar in Sa! heeft er ook toe bijgedragen dat hij alsnog postuum de eer krijgt die hij verdient. De stichting ’40-’45 heeft in overleg met de nabestaanden een herdenkingszuil geplaatst met daarin zijn naam, recht tegenover de andere herdenkingszuil met de namen van andere oorlogsslachtoffers uit het dorp. Voor de familie is hiermee een lang gekoesterde wens in vervulling gegaan. Zijn naam staat nu in steen gebeiteld, als eerbetoon aan een moedig en principieel mens, die zijn  moed en principe om hulp te verlenen aan mensen in nood met de dood moest bekopen.

Hulp onderduikers

Spriensma was aan het begin van de oorlog boer aan de Ferbiningswei in Ureterp. Vanaf het begin was hij één van de kopstukken van de plaatselijke LO (Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers). Veel onderduikers vonden bij hem op de boerderij een schuiladres, onder hen het Amsterdams Joodse doktersechtpaar Abraham en Rosa Jacobson. Het ging goed tot op 9 Augustus 1944 de Duitsers de boerderij overvielen. Reinder werd opgepakt en voor verhoor meegenomen naar Groningen. Het Joodse echtpaar ging via Westerbork naar Auschwitz waar ze begin september in de gaskamers om het leven zijn gebracht.

Reinder werd door de SD ‘ondervraagd’ in het Scholtenhuis. Dit ‘voorportaal van de hel’ was berucht om het mishandelen en martelen van  de arrestanten. Reinder gaf echter geen krimp. Eind augustus werd hij geïnterneerd in concentratiekamp Vught, een paar weken later ging hij naar het concentratiekamp Sachsenhausen. Als dwangarbeider moest hij daar onder erbarmelijke omstandigheden in de kleiputten werken.

Nog steeds raadsel

Het zware werk, het slechte eten en onderkomen en zijn zorgen over zijn dierbaren, eisten echter hun tol. Op 30 Januari 1945 bezweek Reinder Spriensma, nog maar 28 jaar, aan de ontberingen. Hij liet een jong gezin met vrouw, twee kleine kinderen en een derde op komst in vertwijfeling en onzekerheid achter. Hoe dit drama kon gebeuren is nog steeds een raadsel. Het was geen toevallige buurtrazzia, maar een doelbewuste actie van de bezetter. Zeer waarschijnlijk was er sprake van verraad, maar door wie is nooit duidelijk geworden. De weduwe met haar drie kinderen verhuisde eind 1945 naar een burgerwoning in Ureterp, in de vijftiger jaren woonden ze in Drachten.

De bovenstaande tekst en foto's van het gedenkteken ter nagedachtenis aan Reinder Spriensma zijn ontleend aan Facebook. Waarvoor mijn dank.