Hoofdstuk 23

EVALUATIE VAN DE TWENTSE KP'S MET JOHANNES ALS ONBETWISTE LEIDER


Inleiding


Het gaat in dit hoofdstuk niet alleen om de KP's waarvan Johannes vanaf het begin de leider was. Er waren meer KP's actief in het Twentse land. Om maar enkele te noemen: de KP-Achterhoek van Henk Heerdink (Henk Visser). Belangrijk was de KP-Zenderen met als leider Cor Hilbrink.

Je ziet steeds meer samenwerking ontstaan tussen de verschillende Twentse KP's. Begin september 1944 zitten deze drie KP's op het hoofdkwartier villa Lidwina te Zenderen. De leden van de knokploegen slapen in vier boerderijen verspreid om Lidwina. Op het hoofdkwartier verblijven de leiders Johannes ter Horst en Cor Hilbrink. Zij geven de instructies. Ook de KP-Almelo die apart wil blijven opereren haalt haar instructies op Lidwina.

We kunnen wel zeggen dat Johannes de onbetwiste leider was van de samenwerkende KP's. Hij had zijn sporen wel verdiend.

Dat onbetwiste leiderschap blijkt overduidelijk na de wapendropping op 1 september 1944. De 51-jarige beroepsofficier Lancker komt dan bij de 31-jarige bakker Johannes vragen om een deel van de wapens en springstoffen. Johannes gaat daarmee akkoord als Lanckers mannen alleen acties uitvoeren die hen door Johannes worden toegewezen.

Na zijn arrestatie en dood werd Johannes opgevolgd door Cor Hilbrink van de KP-Zenderen.

De omvang van de acties


We nemen de periode van mei 1943 tot het najaar 1944. Toen traden namelijk de plaatselijke knokploegen toe tot de overkoepelende organisatie van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, de NBS, niet te verwarren met de NSB. Dat was andere koek.

Als we de spoorwegsabotage even niet meetellen hebben de Twentse knokploegen ruim vijftig gewapende acties ondernomen. Meer dan 70% bereikte het beoogde doel.

Wanneer we dat vergelijken met wat er landelijk door plaatselijke knokploegen is gepresteerd dan springt KP-Twente eruit als één van de succesvolste, zo niet de meest succesvolle.

De verschillende gewapende acties kunnen worden onderverdeeld in een aantal groepen.

1. Overvallen van distributiekantoren


Het ging hier om bonkaarten, stamkaarten in soorten. Kortom alles wat nodig is om onderduikers van voedsel te voorzien. Afgezien van het geld.

Distributiekantoren waren in allerlei soorten gebouwen ondergebracht. Voorwaarde was dat er een kluis aanwezig was, dat er loketten waren, en dat er beveiliging kon plaats vinden. Meestal waren dat postkantoren of gerechtsgebouwen buiten functie enzovoort.

Bijna altijd was er gewapende beveiliging aanwezig. Dus een overval was niet zonder risico. In Slochteren bijvoorbeeld kwamen bij een overval vier verzetsstrijders om het leven.

Voor de KP-Twente waren overvallen op distributiekantoren een belangrijk onderdeel van hun activiteiten. Er waren in Twente veel onderduikers, met name Joodse. Denk maar aan het werk van dominee Overduin en zijn groep en aan bijvoorbeeld Dries Nijenhuis. Dat waren niet de enigen, de LO-Enschede had ook heel wat klanten.

Dr. Coen Hilbrink geeft de volgende resultaten: in de genoemde periode bemachtigden, veroverden zo men wil, de Twentse KP'ers onder andere onder leiding van Johannes:

172.872 bonkaarten,
6.895 toeslagkaarten,
8.470 rantsoenkaarten
en 937.035 rantsoenbonnen.

Deze bonnen werden buitgemaakt bij 22 geslaagde overvallen.
Er waren ongeveer 40 KP'ers bij deze overvallen betrokken.
Dat is ongeveer 6% van het landelijke totaal.
Hun resultaat was ongeveer 15% van al de bonkaarten die landelijk werden buitgemaakt op de bezetter. Dus daarvoor hoefden ze zich niet te schamen.

De afdelingen Hengelo en Enschede van de LO hebben ongeveer 3000 onderduikers verzorgd. Dat is ruim 1% van het totaal van de 250.000 ondergedoken landgenoten.

De Twentse onderduikersorganisatie had dankzij de acties van de KP van Johannes grote aantallen bonkaarten over. Die konden worden uitgedeeld vooral aan LO's in het westen van het land.

De helft van alle bonkaarten waarover de landelijke onderduikersorganisatie kon beschikken werd door knokploegen binnengehaald. Ongeveer 1/7 deel daarvan kwam van de Twentse KP.

Het grootste deel van de onderduikers bestond uit mannen die niet wilden werken in de Duitse wapenfabrieken. Zo heeft de KP-Twente een naar verhouding belangrijke rol gespeeld bij het onttrekken van grote aantallen arbeidskrachten aan de Duitse oorlogsindustrie.

Een interessante constatering lazen we bij dr. Coen Hilbrink: de netwerken van de Twentse KP's waren overwegend protestant. Johannes was gereformeerd, even nog gereformeerd (vrijgemaakt). Het opvallende verschijnsel deed zich voor, dat de gekraakte distributiekantoren geografisch beperkt bleven tot het voornamelijk protestantse deel van Twente. Daar woonden de overvallers, daar kenden ze de weg. Dat protestantse deel is zuidwestelijk Twente. Het noordoostelijke deel met als centrum Oldenzaal is overwegend rooms-katholiek.

2. Indirecte hulp aan Joodse onderduikers


In de pers is nogal negatief geschreven over het grote aantal Joodse medemensen, dat is weggevoerd en omgekomen in vergelijking met andere landen in Europa. Dat laatste mag waar zijn.

Ik wil op deze plaats de Twentse hulp aan met name Joodse onderduikers voor het voetlicht halen. Dominee Overduin en Dries Nijenhuis en vele anderen die huisvesting boden, hebben onder buitengewoon zware omstandigheden meer dan 500 Joodse medeburgers de oorlog doorgeholpen.

Dat hadden ze niet kunnen doen zonder de overvallen op distributiekantoren van Johannes en zijn mannen. En wat er aan bonkaarten over was ging naar andere LO-afdelingen in het land, die ook Joodse onderduikers hielpen.

Deze indirecte hulp aan onderduikers door de knokploeg van Johannes wil ik graag apart genoemd hebben en mee laten wegen bij de evalutie van hun werk.

Petje af voor deze prachtjongens uit Enschede en omstreken.

3. Overvallen op bevolkingsregisters


Het eerste doel van dit soort overvallen was het bemachtigen van persoonsbewijzen oftewel Ausweise. Veel verzetsstrijders hadden een andere identiteit aangenomen, omdat ze door de SD werden gezocht. Daarvoor had je een vals persoonsbewijs nodig. Stempels enz werden nagemaakt van de officiële persoonsbewijzen.

Een tweede doel was het vernietigen van het bevolkingsregister. Hoe groter de chaos was in de boekhouding van de bevolking hoe beter, zeker voor de verzetsstrijders. Van de zes overvallen van de Twentse knokploegen slaagden er vier. Daarbij werden 567 persoonsbewijzen buitgemaakt.

4. Overvallen om auto's en motoren


Het is duidelijk dat voor snelle verplaatsing vooral na overvallen een auto van levensbelang was. Geregeld werden die dan ook gekraakt. In totaal veroverde KP-Twente in 9 maanden tijd zes auto's en twee motoren. Wapenovervallen zijn niet nodig geweest. In het begin kregen de KP'ers wapens van hun douanevrienden. Later werden wapens gedropt, o.a. op 1 september 1944 te Tilligte. Toen kreeg de KP-Twente de beschikking over een aantal snelvuurwapens, waaronder stenguns.

5. Overvallen ter bevrijding van LO- en KP-leden


Van december 1943 tot eind september 1944 werden door de Twentse KP's ongeveer vijftig bevrijdingsacties uitgevoerd, waarvan we er een aantal hebben beschreven. Dat is meer dan vijf per maand. Bij elke overval waren gemiddeld acht leden betrokken (niet alleen mannen). En dan te bedenken dat er bij al die kraken nooit iemand is gearresteerd of gedood. Dat is een Godswonder.

Zes keer kwam het tot een vuurgevecht met landwachters, politie of Duitsers. Daarbij werden zeker tien tegenstanders gedood of dodelijk verwond, terwijl de KP'ers allen ongedeerd bleven.

Het tegenovergestelde zien we bij de leden van de LO-Twente. Tot september 1944 werden er meer dan zestig arrestaties onder hen verricht. Dat heeft ongetwijfeld te maken met hun grotere gebondenheid aan een bepaalde plaats, terwijl de KP'ers veel mobieler waren en bovendien gewapend.

Om gearresteerde illegale strijders vrij te krijgen, ondernamen de Twentse KP's in totaal acht bevrijdingspogingen. Daarvan slaagde de helft. In totaal werden bijna zestig KP'ers en LO-medewerkers bevrijd. Uit de gevangenissen in Arnhem 2 + 54, in Almelo 2 en in Zutphen 1.

De meesten van hen zouden de oorlog niet hebben overleefd. Bovendien kenden de meesten te veel namen en situaties. Wie weet wat er dan nog meer aan arrestaties had plaats gevonden.

 

Van Dick Kaajan kreeg ik toestemming zijn artikel over de arrestatie en de bevrijding ds. Slomp op deze site te zetten. Ik ben hem daar hartelijk dankbaar voor. Bij deze bevrijding speelde de groep van Johannes een centrale rol. Zie artikel over ds.Slomp. Het verscheen in 'Elfde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog' (o.r.v. Perry Pierik en Bert van Nieuwenhuizen) (Soesterberg: uitgeverij Aspekt, 2012).

 

6. Sabotagehandelingen


Ik heb geen totaaloverzicht van alle sabotagehandelingen van de KP-Twente. Maar alleen al de eerste negen dagen van september 1944 maken de KP'ers uit Twente op minstens 23 plaatsen het verkeer naar Duitsland via het spoor nagenoeg onmogelijk.

De sluisdeuren uit het kanaal Almelo-Nordhorn moeten het ontgelden. Eveneens worden de sluisdeuren in het Twente-Rijnkanaal bij Wiene omhooggedraaid, waardoor het hele stuk tot Hengelo leegloopt. Het elektrische systeem wordt daarbij ontregeld.

Hier kan weer gezegd worden dat het opmerkelijk is dat er niet veel meer slachtoffers zijn gevallen bij de Twentse knokploegen, wanneer we bedenken, dat hun optreden in vaak heel gevaarlijke situaties in meer dan een bepaald geval buitengewoon moedig genoemd kan worden.

7. Ondergang door overmoed?


Bij de evaluatie wil ik de vraag van de oorzaak van de ondergang van de groep van Johannes niet uit de weg gaan.

Vooropgesteld: ik vind allerminst dat je bij Johannes kunt zeggen dat hij overmoedig was. Hij was buitengewoon moedig. Als hij dat niet was geweest, had hij nooit kunnen functioneren in het verzet, zoals hij heeft gedaan. Daarbij hoorde ook bluffen tegen de Duitsers.

Er zijn mensen die denken en zeggen dat hij gearresteerd is door overmoedig gedrag. Wat is daarop mijn antwoord?

Een paar feiten liggen vast: Johannes is op vrijdag 22 september 1944 gearresteerd in het begin van de avond, toen hij met zijn motor op weg was. Hij is door de Duitsers staande gehouden bij Almelo. Daarbij is het tot een schietpartij gekomen, waarbij hij op z'n vlucht in zijn been is geraakt. Hij is daarna gearresteerd. Hij is verhoord en daarbij vreselijk gemarteld.

Piet Alberts is op eigen houtje het mortuarium binnengedrongen en heeft geconstateerd: uitgetrokken nagels, gebroken vingers en een helemaal in elkaar geramd gezicht. Wat is er verder met zijn lichaam nog gebeurd wat Piet niet heeft gezien, verbijsterd en woedend als hij was?

In de nacht van 23 op 24 september is Johannes samen met Roelof Blokzijl doodgeschoten. Dit weten we zeker. Het zijn verifieerbare feiten.

Al het andere weten we niet zeker. Er blijven alleen maar veel vragen. Boeiend genoeg om daarop antwoorden te zoeken, zoals we in hoofdstuk 20 ook gedaan hebben. Dat mag ook. Het zijn echter speculaties, redeneringen. Maar mijn eindconclusie is: laten we de vragen vragen laten.

Dan is er een keten van gebeurtenissen op de zaterdag na zijn arrestatie: De SD gaat op jacht naar Henk Mulder van de LO-Enschede. Die is net een kwartier geleden vertrokken. Roelof Blokzijl wordt thuis opgepakt. Geprobeerd is kapitein Lancker te arresteren. Hij was niet thuis, wel zijn verloofde Ria Hermans. Die wordt meegenomen en verraadt Lidwina. Het hoofdkwartier wordt aangevallen, waarbij vader Sietze Hilbrink en zijn zoon Coen en Dirk Ruiter worden gedood en de villa wordt opgeblazen. Ontstellend.

De vraag is nu: bestaat er verband tussen de arrestatie van Johannes en de daarna volgende gebeurtenissen? Ook dat blijft gissen. We weten het niet zeker.

De betrokken Duitsers zijn na de bevrijding gehoord over de arrestatie van Johannes en over zijn verhoor en executie. Wat moet ik met hun verklaringen?

Zij hadden Johannes verschrikkelijk gemarteld. Dat hebben ze natuurlijk niet verteld. Ze waren eropuit met hun verklaringen een zo licht mogelijke straf uit te lokken. Daar ga ik wel van uit. Dus voor hun verklaringen geef ik niet veel.

Ik weet mij gesteund door de volgende passage uit het boek Het Scholtenhuis 1940-1945 door drs Monique Brinks (2009). Zij schrijft daarin over de berechting van de SD'ers uit Groningen:

"Het grote aantal vonnissen dat moest worden geveld, vormde in de chaotische jaren na de bevrijding een monsterklus. Faciliteiten zoals schrijfmachines, papier en vervoer waren beperkt en de zuiveringen waren nog niet op alle fronten doorgevoerd. Daar ondervond ook de rechterlijke macht hinder van. Maar vooral de doortraptheid waarmee de daders tijdens hun verschillende echtszaken nog oorlog tegen elkáár voerden, de manier waarop zij elkaar bedreigden, elkaar uitspeelden en de waarheid soms verdraaiden om hun eigen hachje te redden (en daar soms ook nog in slaagden) (Vet van mij GS): dat vooral verdient een eigen boek."

Had Johannes een briefje bij zich met de namen van Henk Mulder, Roelof Blokzijl en kapitein Lancker? Stonden daar dan adressen bij en telefoonnummers? Of had de SD die namen al klaar liggen en heeft men besloten: we hebben de leider, nu dan ook de rest maar. Ik acht dat niet onaannemelijk. In het volgende hoofdstuk zien we toch ook dat de SD via Huschka alles al maanden in kaart had, voordat werd toegeslagen.

In de hedendaagse opsporingstactiek wordt vaak eenzelfde methode gebruikt. De recherche heeft door goed speurwerk een drugslijn helemaal in beeld, maar de hoogste baas is nog niet goed getraceerd. De politie gaat dan niet tot arrestatie over van de kleine vissen in afwachting van de grote vis. Zodra die goed in beeld is of door toeval al in z'n nekvel gepakt is, gaan politie en justitie de andere jongens grijpen. Het lijkt me niet onaannemelijk dat het bij Johannes zo gegaan is.

Er is ook wel gesuggereerd in Gejo's reconstructie in hoofdstuk 20, dat Johannes de namen heeft genoemd, omdat hij dacht dat ze toch niet thuis zouden zijn. Misschien deed hij dat om tijd te rekken, omdat hij, de bevrijder, hoopte zelf bevrijd te worden. We weten het niet.

Dus mijn vraag in de titel van dit hoofdstukje moet ik uiteindelijk onbeantwoord laten wegens gebrek aan betrouwbare feitelijke informatie.

Ik denk dat we Johannes daarin recht doen. We kunnen het hem niet meer vragen. Dus: Ondergang door overmoed? Antwoord: we weten het niet. En we laten dat zo. Leven met onbeantwoorde vragen is best lastig, maar wel het meest eerlijk. Ook aan het adres van Johannes.

U zult mij dus niet horen zeggen, ook niet na al mijn studie over hem: 'Die Johannes ter Horst is toch wel even erg dom en onvoorzichtig geweest. Het was een stomme actie waarvan hijzelf het slachtoffer is geworden."

Gewoon, omdat ik te weinig weet van die arrestatie en verhoren om op grond daarvan zo'n hard oordeel te vellen. Zoals ik al zei: ik laat de vragen de vragen.

Als u wel wilt oordelen, is dat geheel voor uw rekening.

8. Overwaardering van het principiële?


Als lezer kan de vraag bij je opkomen of ik de principiële keuze van die jongemannen niet overwaardeer. Zou er niet zucht naar avontuur en een grote mate van gewone vaderslandsliefde hebben meegespeeld, misschien wel in de eerste plaats en daarna dan nog extra gesteund door de wetenschap dat ze te doen hadden met een antichristelijke macht?

Mijn vertrekpunt bij Johannes en vele anderen die ik beschrijf, ligt niet in KP-overvallen en KP-bevrijdingen. Die ligt in de hulp aan Joden.

Daar was niet veel avontuurlijks aan. Je wist als je daaraan begon, wat je lot was, als het ontdekt werd.

De twee mannen die je op de beginpagina kunt aanklikken waren beiden ongeveer 28 jaar toen ze Joodse onderduikers in huis namen. Ze deden dat biddend. Niets avontuur.

Ze hadden beiden een jong gezin. Bij beiden moest nog een kindje geboren worden. Ze wisten: het is echt levensgevaarlijk. Dat is ook gebleken.

Laten we dat als lezer goed op ons inwerken. Hulp aan Joden, volslagen onbekende mensen. Wat avontuur?

Dan Johannes: hij is ook begonnen met hulp aan onderduikers, vooral Joden. Jarenlang. Hij zocht naar adressen. Hij probeerde aan bonkaarten te komen.

Toen dat bij anderen misliep, is hij begonnen met het overvallen van distributiekantoren om aan bonnen te komen. Van het een kwam het ander. Zo is langzamerhand zijn KP-Enschede ontstaan.

En Johannes deed zijn KP-werk biddend. Voor elke overval ging hij met z'n mannen op de knieën. Hij wist zich met zijn excellente gaven geroepen door God tot het verzetswerk.

Daarom: Johannes ter Horst: verzetsstrijder bij de gratie Gods.

Zo begin ik en zo wil ik eindigen.

En in hem zeg ik dat van al zijn medestrijders die vanuit hun christelijke geloof vochten: mannen en vrouwen.


DE OORLOG IN BEELD: HOE ERG HET WAS!
vampier

De vampier


"Met blinde ogen, blind voor het Nederlandse, blind voor wat bereikt was, blind voor wat men hier dacht en voelde, zette de vampier van de Duitse minderwaardigheidsonlust zich op het lichaam van het Nederlandse volk en slobberde grof en ongegeneerd bloed, kracht en warmte. Blind en zonder gedachten dan aan de zatheid van het eigen lijf" (Jordaan).

Wilt u naar het volgende hoofdstuk 24. Klik dan op Uitmoorden van LO-Enschede

Laatste aanpassing op 24 sept 2014

 

Links ivm Johannes ter Horst:

artikel in nd over johannes

interview over johannes


anton reedijk uit rotterdam

reinder spriensma uit ureterp

lammert huizing uit sellingerbeetse

roelof blokzijl (in English)

 

 

 

Bezettingstijd in Amersfoort


inleiding oorlogstijd in a'foort
oorlogstijd in amersfoort dl1
oorlogstijd in amersfoort dl2
oorlogstijd in amersfoort dl3
oorlogstijd in amersfoort dl4
oorlogstijd in amersfoort dl5

oorlogstijd in amersfoort dl6

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere links:

 

De invloed van de bijbel
op Nederlandse cultuur


Gedichten
met kort commentaar

 

 Enschede in 40-45

beheer