Hoofdstuk 24

 

 

DE ONDERGANG VAN DE LO-ENSCHEDE DOOR HET VERRAAD VAN V-MAN HUSCHKA


Inleiding


Ik sluit deze site af met een triest hoofdstuk. Op de laatste oorlogsdag zijn er door verraad te Enschede een achttal mannen tegelijk vermoord. Daaronder bevonden zich mensen uit de LO-Enschede met name de leider Piet Zandbergen.

De weduwen met elk een eigen verhaal ontmoette ik op verjaardagen bij het echtpaar Mulder-Schreurs. Beiden zelf overlevenden.

Ik wil iets vertellen over verraad. Je kunt je afvragen: Hoe ging dat in z'n werk?

Het ging om informatie aan de Duitsers, waardoor die arrestaties konden verrichten, vaak gevolgd door de dood door de kogel of in een concentratiekamp.

Er is in de oorlog veel verraad geweest. Van binnenuit en van buitenaf. Wat valt er allemaal onder dat verzamelwoord?

Verraad door Nederlanders die heulden, publiek of verborgen, met de bezetter. Dat konden NSB'ers zijn of landwachters.

Berucht waren de Jodenjagers die soms een tientje kregen voor elke volwassen Jood en vijf gulden voor een kind.

Verraad door mensen uit het verzet, al of niet onder druk gezet. Die vorm zien we bij Ria Hermans in hoofdstuk 21.

Verder verraad door vertrouwenspersonen, contactpersonen met de SD, die zich toegang wisten te verschaffen tot verzetsorganisaties. In Enschede gaat het om de laatste vorm.

Hoe heeft het zover kunnen komen?


De zogenaamde georganiseerde illegaliteit was niet strak militair georganiseerd. Het ging om mensen met contacten op basis van vertrouwen, meestal zonder dat ze een helder inzicht hadden over het netwerk waarin ze een plaats hadden.

Met opzet werd ook aan elkaar zo weinig mogelijk informatie gegeven. Wat niet weet, wat niet deert.

De bloedige SD-acties zijn gericht tegen personen in Enschede die betrokken zijn bij verschillende illegale groepen. Soms was één en dezelfde persoon betrokken bij meer dan één groep.

Verder laten de SD-acties zien dat het bij de Duitsers niet allemaal gründlich toeging, eerder chaotisch. Zeker in de laatste oorlogsdagen. Toen speelde duivelse wraakzucht de hoofdrol.

Wat is Huschka voor een soort figuur?


In Hengelo verschijnt midden december 1944 de Duitse inlichtingenofficier dr. Helmut Meyer. Voor de oorlog was hij advocaat in Wilhelmshafen. Het was een ambitieuze man met grootse plannen op inlichtingengebied.

Hij maakt gebruik van vier 'Vertrauwens-personen', de zogenaamde V-lieden. Die mannen probeerden binnen te dringen in verzetsorganisaties door het winnen van vertrouwen.
Allereerst deden ze dat via het verstrekken van informatie waar het verzet iets aan had of dacht te hebben. Zo waarschuwden ze voor overvallen die inderdaad plaatsvonden, maar voor de show.

Ze deelden ook Ausweisen uit. Ze haalden desnoods weggevoerde verzetsstrijders terug naar huis en haard.

Als ze voldoende wisten werd toegeslagen, altijd hard en meedogenloos. Zoals op die dag vlak voor de bevrijding van Enschede. Eén dag.

Een van de V-lieden van Meyer was Carl Huschka. Hij gaat in Enschede een dodelijke rol spelen.

Hoe won Huschka het vertrouwen van verschillende illegalen?


Aan de markt te Enschede stond het café van G.J. Kolthof. Daar komt Huschka geregeld met z'n vrienden. Hij is zelf ober geweest en kent het caféleven als geen ander.

Hij maakt kennis met de cafébaas en z'n dochter. Wanneer Kolthof bij een razzia naar Duitsland wordt getransporteerd, spreekt z'n dochter Huschka aan met de vraag of hij misschien iets voor haar vader kan betekenen.

Huschka gaat persoonlijk Kolthof terughalen en geeft hem bovendien een Ausweis.

Kolthof is zo onder de indruk dat hij Huschka nu in aanraking brengt met zijn neef, de 40-jarige Gerrit ter Borg. Hij is LO-man en medewerker van de LO-leider Piet Zandbergen. Huschka voorziet ook Zandbergen van een Ausweis waarmee hij ongehinderd door het hele land kan trekken.

Zo zie je in een paar zinnen hoe een V-persoon het vertrouwen kon winnen van de top van de LO-Enschede.

De grenscommies Gerard Rutgers die ook tot de LO-Enschede behoort, zegt tegen zijn vrouw dat die Huschka moet waarschuwen als hem wat overkomt.

Ondertussen strooit Huschka met Ausweisen, zelfs waarop staat dat de eigenaar ervan voor de Wehrmacht werkt.

Op deze manier heeft Huschka het illegale circuit rond Piet Zandbergen omstreeks kerst 1944 nauwkeurig in kaart gebracht. Toen al!

Huschka kan het net op elk moment laten dichtklappen. Maar hij ziet nog meer kansen. Vooral zijn baas Meyer ruikt meer bloed. Hij wil de inlichtingendienst rond de zender 'Packard' oprollen. Daar is het hem nu om te doen.

Huschka vertelt Zandbergen dat hij rechtstreeks berichten van de Wehrmachttelex kan plukken. Als die naar Engeland kunnen worden doorgegeven met een zender, kunnen die directe invloed hebben op bespoediging van het einde van de oorlog, suggereert de verrader.

Zandbergen zal voor een zender moeten zorgen, die geplaatst kan worden in de villa van Huschka. Die villa heeft hij speciaal voor dat doel van zijn chef Meyer gekregen.

Zandbergen neemt over deze zender contact op met de belastingambtenaar Arien Onderweegs. Hij is actief in de Enschedese afdeling van het Nationaal Comité van Verzet, die geleid wordt door de 39-jarige inspecteur van belastingen Jan Harm Bosch. Zowel Zandbergen als Onderweegs nemen contact op met de Haaksbergse textielfabrikant W.J. ter Kuile.

Deze Ter Kuile maakt deel uit van een inlichtingengroep 'Packard' genaamd. Deze groep beschikt over twee zenders.

Hoe er ook op Ter Kuile wordt ingepraat over de betrouwbaarheid van Huschka, hij vertrouwt het zaakje niet en weigert medewerking.

Ook aandringen van Bosch vermurwt hem niet. Men zoekt het hogerop. Maar de baas van Ter Kuile is niet bereikbaar op dat moment. Huschka heeft ditmaal geen succes. Hij krijgt daarom op z'n duvel van z'n chef Meyer.

Het net van Huschka gaat zich sluiten


Op 31 maart 1945 zegt Meyer tegen z'n secretaresse dat ze die avond mee moet naar Enschede. Hij zegt: "De Engelsen staan voor de deur en het is onze plicht eerst nog een illegale beweging te Enschede te ontmaskeren en te vernietigen."

Hij vertelt haar ook dat deze mensen door de SD zullen worden doodgeschoten. Hij wil 'die Schweine aus der Sache Huschka' liquideren. De SD van Hengelo bevindt zich in 'Kampfeinsatz' (gevechtsomstandigheden), waardoor Meyer eigenmachtig executies kan uitvoeren.

Meyer is kwaad, omdat een andere V-man Izaks, naaste medewerker van Huschka, de 44-jarige predikant Leendert Overduin heeft laten gaan. En dat tegen Meyers uitdrukkelijke orders.

Ds. Overduin is leider van de organisatie die te Enschede de hulp aan honderden Joodse onderduikers verzorgt. Hij is tijdens een razzia gepakt. Dominee Overduin is duidelijk 'Todeskandidat'.

Piet Zandbergen heeft Overduin namens de LO-Enschede steeds van bonkaarten voorzien. En deze bonkaarten kwamen weer bij de KP van Johannes vandaan.

Zandbergen spreekt V-man Izaks bij Ter Borg en vraagt of die er bij Huschka op wil aandringen iets voor ds. Overduin te doen. Hij is bang dat die gefusilleerd gaat worden. Hij had zelf geprobeerd Huschka te bellen, maar die was de stad uit naar Rotterdam.

Als Huschka in de middag van 30 maart terugkomt in Hengelo, hoort hij van de zaak Overduin en spreekt daarover met dr. Meyer. Het resultaat van die bespreking is dat Meyer Izaks opdracht geeft via ds. Overduin met de mensen van de zender in contact te komen. Als hem dat niet lukt moet hij ds. Overduin terugbrengen.

Ik volg nu letterlijk het zo ingetogen, maar ijzingwekkende verslag van dr. Coen Hilbrink:

"Als Izaks met Overduin op straat staat, vraagt hij de dominee met hem mee te gaan naar de woning van Gerrit ter Borg, waar hij de mensen kan ontmoeten die zich voor zijn vrijlating hebben ingezet.

Bij Ter Borg thuis drinken Overduin en Izaks een kop koffie. Zandbergen, Rutgers en Arend Jan van Veen, een kennis van Ter Borg, die Huschka wil spreken over zijn zwager die in de villa van de V-man is ondergedoken, zijn daar eveneens aanwezig.

Van Veen vertrekt voor de komst van Huschka. Izaks zegt Huschka 's middags even bij Van Veen langs te gaan.

Zandbergen vraagt Huschka of die nog berichten heeft over het front. 'Nee', antwoordt deze, 'maar ik zal daar wel voor zorgen.' De mannen maken daarop een afspraak om 's avonds om zeven uur een bijeenkomst te houden ten huize van Ter Borg. Huschka zal dan de laatste berichten brengen en deze zullen worden opgenomen in Trouw.

Zandbergen vraagt Overduin of hij ook komt, maar deze geeft een ontwijkend antwoord. Hij vertrouwt Huschka en Izaks niet, verlaat kort daarna ongezien de woning en begeeft zich langs omwegen naar een onderduikadres.

Rond elf uur fietsen Huschka, Izaks en Rutgers naar de Bolhaarslaan, waar Van Veen het gezelschap in zijn woning een borrel aanbiedt en Huschka bedankt in verband met het onderduiken van zijn zwager.

Rutgers is inmiddels even naar zijn chef Jan Harm Bosch geweest die ook aan de Bolhaarslaan woont, om hem te vertellen dat hij bij Van Veen zit met Huschka die belangrijke dingen heeft te vertellen. Bosch vertrouwt Huschka niet en weigert met Rutgers mee te gaan.

Als Rutgers en Huschka daarop tegen half één Van Veens woning verlaten en het huis van Bosch voorbij fietsen, neemt Rutgers zijn hoed af voor Bosch die in zijn voorkamer staande vanaf de straat zichtbaar is.

De beide V-mannen fietsen vervolgens terug naar de SD-Dienststelle te Hengelo, waar Izaks gaat eten en Huschka een bespreking heeft met dr. Meyer.

Na de maaltijd krijgt Izaks van Huschka de opdracht om weer naar Enschede te gaan en daar Gerrit ter Borg te vragen er toch vooral voor te willen zorgen dat 'de club' om zeven uur in zijn woning aan de Sumatrastraat aanwezig is, omdat hij, Huschka, belangrijke berichten verwacht, die hij persoonlijk wil komen meedelen.

Hij waarschuwt op diens verzoek ook Gerard Rutgers. Ter Borg zelf gaat naar Piet Zandbergen, die toezegt te zullen komen. Als Ter Borg weer weg is, komt Wieger Mink bij Zandbergen aan de deur. Ook Mink belooft om zeven uur aanwezig te zullen zijn.

Kort na het vertrek van Mink krijgt Piet Zandbergen bezoek van zijn buurman, de 31-jarige onderwijzer J.J. Françoys, die de laatste dagen op verzoek van de LO-leider berichten van de Engelse zender stenografisch heeft opgenomen, opdat ze kunnen worden afgedrukt in Trouw.

Johannes Francois

Een fraaie foto van Johannes Francois.

 

 

Hij wil weten hoe de toestand is en ook hem verwijst Zandbergen naar de bijeenkomst bij Ter Borg.

Gerrit ter Borg komt intussen op weg naar zijn woning de politieman Antonie van Essen tegen, die bij de Cenrale Inlichtingen Dienst van de NBS actief is en de LO'ers regelmatig van inlichtingen voorziet. Zandbergen vertelt hem, dat hij zojuist vernomen heeft dat de geallieerden al in Eibergen zijn. Ook vraagt hij Van Essen om zeven uur bij Ter Borg te komen om er de laatste berichten te horen, die in Trouw zullen worden opgenomen.

Als Izaks terug is op de SD-Dienststelle in Hengelo krjgt hij van dr. Meyer bevel mee te rijden naar Enschede. Op Izaks vraag naar het doel van de tocht antwoordt zijn chef: "Ich gehe die ganze Bande verhaften." Ook vraagt hij Izaks of hij die middag in Enschede is geweest en de boodschap van Huschka heeft afgegeven en gaat vervolgens heftig tegen de V-man tekeer als hij hoort dat die dominee Overduin heeft laten lopen.

Nadat dr. Meyer versterking heeft gehaald bij de Enschedese SD, rijdt hij met een man of twaalf naar Ter Borgs woning aan de Sumatrastraat. Daar worden alle aanwezigen door SD-beambten doodgeschoten, op de 67-jarige moeder van Gerrit ter Borg na, die zich onder een tafel weet verbergen.

Vermoord werden Gerrit ter Borg, zijn 39-jarige echtgenote Jonetta, zijn 69-jarige vader Gerard ter Borg, Johannes J. Françoys, Gerard Rutgers, Antonie van Essen, Wieger Mink en Piet Zandbergen.

Tot zover het verslag van dr. Coen Hilbrink.

Wonderlijk - ons verstand kan er niet bij - om te bedenken dat tegelijk met de moordenaars daar Gods engelen waren om Zijn kinderen op te halen en te begeleiden naar de hemelse heerlijkheid. Hun taak hier op deze aarde in dienst van God en van de vervolgde, opgejaagde medemens was voltooid. Zij offerden het kostbaarste wat een mens kan offeren in dienst van de naaste: hun eigen leven.

Piet Zandbergen

Piet Zandbergen was leider van de LO-Enschede

toen de ramp zich voltrok.


Hetty Meulink is als koerierster zelf ook uitgenodigd op Sumatrastraat 3.

Ze schrijft in haar dagboek:

"Frans" (Piet Zandbergen) kwam ook nog even aan.
Z'n hele gezicht straalde, zo heerlijk vond hij het dat de bevrijding nabij was.
Als ik één de vreugde van de vrijheid gunde, dan was hij het.
Ik vond dat hij veel ouder geworden was.

Hij ging nu op weg naar een vergadering.
Hij had zijn beste pak aan, jarenlang zuinig bewaard.
Hij had het al aangetrokken vanwege de aanstaande bevrijding.

Hij wou dat ik meeging, maar wie moest de kleine baby dan verzorgen 's avonds?

Het was toch al zo'n geknoei om een flesje warm te maken op de kachel,
gestookt met papier en takjes uit de tuin.
Ik bleef maar thuis.

Echt vergaderen was het toch niet meer.
Het was alleen maar om naar de Engelse berichten te luisteren.
Ik hoorde immers het gebulder al."

Wieger Mink
Een van de slachtoffers was de LO-man Wieger Mink

Hij verborg ook de belangrijke Packardzender in zijn schuur.

Tussen de bouwmaterialen. Hij was aannemer.


Met zijn zoon Erik zat ik van 1956-1960 op de gereformeerde jongelingsvereniging.

Daar was het met Johannes ter Horst en zijn verzetsvrienden begonnen in 1940.

Daar stond ik toen niet bij stil.

Met Erik heb ik heel fijn contact. Daar ben ik blij mee.

Hij vertelde me dat hij met zijn moeder bij familie in Drenthe was, toen zijn vader werd doodgeschoten. Zijn moeder hoorde pas wat er gebeurd was bij haar terugkomst. Dat was zes dagen na de begrafenis. 'De schok die het haar heeft gegeven is ze nooit echt te boven gekomen', aldus Erik.


Mink monument

Op het oorlogsmonument in Heerenveen staat de naam van Wieger Mink. Hij was een Fries. Vandaar. Het lichaam van Wieger is na de oorlog herbegraven op het ereveld te Loenen.

Het oorlogsmonument is opgericht ter nagedachtenis aan 24 verzetsmensen en Nederlandse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen de bezetter zijn gesneuveld.

Het oorlogsmonument is een beeld van een liggende mannenfiguur en een staande vrouwenfiguur.
De vrouw ontfermt zich over een gesneuvelde verzetsstrijder.
Het beeld is geplaatst op een stenen zuil, waarop in reliëf een heraldisch wapen is aangebracht.

De tekst op de zuil is van Fedde Schurer en luidt:

'WY STRIDEND TSJIN 'E TWANG
BIN FOAR DE FRIJDOM STOARN
JIM, HOEDZJE FRIJDOMS FJUR
EN HALD DE FAKKEL OAN.'

(Wij streden tegen de bezetting
Zijn voor de vrijheid gestorven.
Jullie, bewaakt het vrijheidsvuur
en houdt de fakkel brandende.)


De toelichting bij dat monument luidt:

"Wieger Mink werd geboren op 2 november 1906 in Luinjeberd. Hij was districtleider van de L.O. in Enschede. De verzetsgroep, waarin hij onder de schuilnaam 'Marcus' opereerde, zou op 31 maart 1945 samenkomen voor een belangrijke vergadering. Een van de leden, Huschka, was een 'rijksduitser' die na diepgaand onderzoek als medewerker was geaccepteerd (hoewel enkele leden bezwaar maakten). Op de bewuste avond, toen iedereen behalve Huschka aanwezig was, stormde de bezetter naar binnen. De verzetsmensen werden neergeschoten. Mink werd begraven op de Algemene begraafplaats Noord-Eschmarker Rondweg in Enschede."

Trouw
(Op Trouw klikken om te vergroten)


Dit was de Trouweditie van 3 april 1945 waarin het vreselijke nieuws wordt gebracht.Op een stukje geel oorlogspapier, een beetje scheef gesneden, verschijnt Trouw in een Enschedese editie. Zo had elke stad een eigen nieuwsbulletin.

Het begint met het eerste couplet van het Wilhelmus. Dan volgen de namen. Niet eens van alle omgekomenen. De drie leden van de familie Ter Borg ontbreken bijvoorbeeld. Waarom? Geen idee.

De tekst is verder goed leesbaar. De speciale editie wordt afgesloten met de zesde strofe van het Wilhelmus: Mijn Schild ende Betrouwen, Zijt Gij, o God Mijn Heer.

Zo'n document bewijst eens te meer de heel bijzondere betekenis van ons Wilhelmus in tijden van moeite en verdriet in ons Nederlandse volk.

Het moorden is nog niet afgelopen


Na deze actie rijdt dr. Meyer met zijn SD-kommando naar de woning van Piet Zandbergen om er huiszoeking te laten verrichten. Als hij vervolgens met enkele SD-beambten op het punt staat de woning van de LO-leider te verlaten, loopt de typograaf Jan H. Wennink ('Henny'), actief in de NBS, het gezelschap in de armen. Ofschoon fouillering en het daarop volgende doorzoeken van zijn woning niets belastend opleveren, wordt de 31-jarige Wennink meegenomen en aan de Zweeringsweg doodgeschoten.

Teruggekeerd in het SD-gebouw laat dr. Meyer een van de SD'ers op een stadplattegrond de Bolhaarslaan opzoeken. Met drie auto's vertrekt de marine-officier met een SD-kommando naar de woning van Jan Harm Bosch. De inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen blijkt thuis te zijn, wordt gearresteerd en vervolgens naar de synagoge gebracht. De volgende ochtend op 1 april 1945, eerste paasdag, wordt Jan Harm Bosch waarschijnlijk door Alfred Schöber in de tuin achter de synagoge doodgeschoten. Schöbers collega's hebben Enschede inmiddels in noordelijke richting verlaten.

Enkele uren later rijden Geallieerde soldaten de stad binnen.´( p.57v. van De illegalen)

Het kind van familie Ter Borg blijft gespaard.


Gejo Alberts vertelt nog een paar details:

"Op dat moment gieren drie overvalwagens van de S.D. de Sumatrastraat in. Onder leiding van de SD-chef Schöber springen de SD'ers de auto uit, omsingelen de woning en dringen naar binnen.

Oma ter Borg ziet de Duitsers en duikt onder de tafel. De anderen raken in paniek en vluchten het hele huis door, op zoek naar een uitweg of een plaats om zich te verstoppen.

Ieder persoon, die door de Duitsers wordt ontdekt, wordt vervolgens ter plaatse doodgeschoten.

Wanneer een Duitser moeder Ter Borg met het kleine kind op de arm ziet en hij aanlegt om te schieten, smeekt zij de Duitser of hij haar kind wil sparen.

De Duitser gaat hiermee akkoord en laat de vrouw het kind naar buiten brengen, daarbij haar onder schot houdend.

Mevrouw ter Borg steekt vervolgens met het kind de straat over en drukt het kind in de armen van de vrouw van de slager Amelink, op de hoek van de Sumatrastraat met de Kuipersdijk.

Mevrouw Ter Borg zegt tegen mevrouw Amelink: "Hier is mijn kind. Ik word zo doodgeschoten. Mijn man is al dood!"

Zij steekt de straat weer over en gaat haar woning binnen. Nauwelijks binnengekomen wordt zij in de gang doodgeschoten...

De woning wordt daarna geplunderd en in brand gestoken."

Sumatrastraat 2


Sumatrastraat 3

 

NIEUW LICHT OP DE DOOD VAN JONETTA TER BORG

 

Een poosje geleden nam Jan Heerze contact met me op met de vraag wat ik nog verder wist over de dood van de vrouw van Gerrit ter Borg: Jonetta. Ik had daar niet verder onderzoek naar gedaan.  Ik kon hem wel op het goede spoor zetten. Uiteindelijk kwam hij terecht bij nabestaanden (kleinkinderen) Via één van hen kreeg hij details die hij verwerkte tot een hoofdstuk in zijn boek ELK MENS TELT (een rondgang over ereveld Loenen) maart 2011. Er bleek sprake van twee kinderen: de elfjarige Hannie was buiten aan het knikkeren en de tweejarige Gerrit was bij zijn moeder binnen.

 

Ik citeer uit blz.44,45:

 

“De SD’ers verspreidden zich door het huis. Iedereen die ze in het vizier kregen, werd meteen doodgeschoten. Bij Jonetta ter Borg en haar kind aarzelden ze. Onder begeleiding van een SD’er mocht ze haar kind wegbrengen. Ze stak schuin de straat over en legde het jongetje in de armen van haar dochter Hannie, die naar slager Amelink was gevlucht. Jonetta’s woorden zijn onthouden: Hier is Gerrit, zorg goed voor hem. Je vader is dood en ik moet terug. Ze werd tegengehouden, maar ze riep: Ik moet terug, want anders worden jullie allemaal doodgeschoten. Toen liep ze weg. Hannie zag dat haar moeder viel. Jonetta werd naar huis gesleurd door de SD’er. Volgens oma Ter Borg, die onder de tafel zat, is ze aan tafel gaan zitten en met een nekschot gedood. Na het bloedbad reden de Duitsers weg.” (Jan Heerze, ELK MENS TELT, maart 2011)

 

Voor verdere details verwijs ik naar het bovengenoemde boekje.

 

 

Verslag van Aagje Françoys-Rodenhuis


Aagje Françoys is de weduwe van de vermoorde Johannes Françoys. Ze vertelt haar herinneringen aan wat er gebeurde op de vroege morgen van 1 april 1945.

"Vanwege het feit dat mijn man heel de nacht was weggebleven, ging ik vroeg in de morgen in gezelschap van mijn vader naar het ziekenhuis om zekerheid te krijgen. Als er slachtoffers waren gevallen, zouden de ontzielde lichamen daar naar toe vervoerd zijn geworden.

In de dodenkamer werden wij slechts toegelaten onder politiebegeleiding, vandaar dat mijn vader naar het niet zo ver van het ziekenhuis gelegen bureau ging.

De straten die hij daarvoor moest passeren werden op dit moment net bevrijd, zodat hij dekking zoekend achter muurtjes en heggen met gevaar van eigen leven het bureau uiteindelijk bereikte.

In eerste instantie kon hij niet gewaar worden van een overval, maar toen een van de agenten op het bureau terugkwam van zijn nachtelijke buitendienst, wist hij te melden dat er de avond tevoren een Duitse overval was geweest in de - naar hij meende - Celebesstraat (hetgeen later de Sumatrastraat bleek te zijn).

Over de afloop verkeerde hij in het onzekere, hij vreesde het ergste. Met mijn vader ging deze agent naar het ziekenhuis, waar mijn moeder zich inmiddels bij mij gevoegd had.

Eerst hoorden we dat er inderdaad slachtoffers van enkele Duitse overvallen waren binnengebracht en na enig wachten werden wij toegelaten tot de ruimte, waar deze met lakens toegedekte doden lagen.

Mijn moeder ontdekte dadelijk mijn man aan zijn door haar gebreide sokken, die - vanwege zijn lichaamslengte - onder het laken uitkwamen. Pas op dat moment had ik de zekerheid: Johannes is dood.

Samen met de politieman heb ik meer dan twintig mensen - van wie enkelen zwaar verminkt waren - moeten identificeren. Alle door mij genoemde gegevens tekende de agent op.

Toen ik met mijn ouders het ziekenhuis uitkwam, was Enschede in feestroes. De stad was voor het grootste gedeelte bevrijd en de mensen waren opgelucht. Er waren nog niet veel mensen op straat, maar wel hingen er overal vlaggen, ook in de Egstraat waar ik toen woonde.

Maar toen het afschuwelijke nieuws van mijn man en Zandbergen en al die anderen bekend werd, werden in de straat en ook in de naburige straten alle vlaggen ingehaald.
"

Een ontroerend verslag. Ik heb Aagje goed gekend. Ze gaf handwerken aan de Gereformeerde Onderwijzersopleiding. Verschillende keren werden we door haar 's zondagsavonds uitgenodigd op de koffie. Een hartelijke vrouw.

Wat een leerling van meester Françoys zich herinnert


Een vriendin van mijn ouders is een geboren Enschedese. Ze zat bij meester Johannes Françoys in de klas. In en na de oorlog was de naam van de school: Derde school met den Bijbel aan de Haaksbergerstraat, later veranderde men de naam in Gereformeerde (Christelijke) lagere school 'De Bron'. Uit haar verhaal blijkt opnieuw hoe niemand in Enschede op zo'n verschrikkelijk einde van de bezetting had gerekend.

Ze schreef me: "Zelf was ik zes toen de oorlog uitbrak en heb het allemaal wel meegemaakt, maar niet zo bewust.

Wel het feit, dat de laatste dag voor de bevrijding nog zoveel mensen zijn doodgeschoten. Hieronder was ook mijn meester Françoys.

De dag ervoor stonden we op de Haaksbergerstraat bij de school naar de aftocht van de Duitsers te kijken. We hadden het hele jaar vrij gehad, omdat de Duitsers in onze school zaten. In die tijd zat onze meester Françoys ondergedoken en juist op die dag zagen wij hem weer terug. Hij stond ook samen met meneer Kottier (het hoofd van de school) naar de wegtrekkende Duitsers te kijken.

We dachten "nu is alles voorbij", en toen kwam het bericht van de executies! Vreselijk vonden we dat. Daar zijn geen woorden voor."

 

Johannes Francois

Nogmaals de fraaie foto van Johannes Francois.

 

Ik ontving hem van Allart Goossens op 4 april 2013, waarvoor hartelijk dank.


Allart schreef me:
"Met buitengewoon veel interesse en ten dele een brok in de keel heb ik het verhaal gelezen over de Enschedese LO. Mijn mij zo dierbare grootvader, Allert van Bruggen, had een zeer hechte vriendschap met Jo Francoys. In mijn jeugd (ik ben van de zestiger jaren) werden me de verhalen over de oorlog in Enschede (Haaksbergse straatweg meen ik) uit den treure verteld. Met name de vreselijke gebeurtenissen op die laatste oorlogsdag in de stad.


Mijn grootmoeder was hoogzwanger toen de oorlog eindigde en toen in augustus hun zoon werd geboren werd hij Jo(chem) Francois van Bruggen gedoopt. Vernoemd naar de gesneuvelde Johannes Francoys. Met ‘tante’ Aagje was altijd contact gebleven door mijn grootmoeder. De enige dochter is volgens mij tragisch genoeg jong aan K. overleden. Hoeveel noodlot kan één vrouw, zoals Aagje Francoys, treffen?
Ik heb stomtoevallig twee weken geleden bij mij moeder een schitterende foto van Jo Francoys in handen gehad. Ik ben van harte bereid die foto te scannen en aan u toe te sturen.

Met vriendelijke groet,

Allert M.A. Goossens"

Ik antwoordde:

Beste Allert,

 

Dank voor je ontroerende bericht. Wat je schrijft over tante Aagje is waar, maar ze bleef tot haar dood getuigen van haar rotsvaste geloof in Gods leiding in haar leven, hoe onbegrijpelijk ook.

Ik ontvang graag de foto, waarover je schrijft. Dan kan ik die een plek geven.

 

Hartelijke groet,

 

Gert

 

-------------

 


 

 

Huschka's maat van verraad is nog niet vol


Na de moordpartij aan de Sumatrastraat, is het voor Huschka duidelijk. Hij moet vertrekken uit Enschede, omdat hij daar na de bevrijding zijn leven niet meer zeker zal zijn.

In de nacht van 31 maart op 1 april vlucht hij naar het noorden van het land. Daar zijn de Duitsers nog de baas en kan hij zich veilig voelen.

Hij gaat via Almelo en kan het dan toch niet laten om nog een paar streken uit te halen.

In die nacht klopt hij aan de deur van de familie Elfering. Hun dochter is gehuwd met Gerard ter Borg die enige uren tevoren door de SD’ers was doodgeschoten.

Huschka komt echter met het volgende verhaal:

Huschka:
"Hallo, jullie schoonzoon Gerard is door de S.D. gearresteerd en naar Zwolle gebracht. Ik zal mijn best doen om hem weer vrij te krijgen. Dat lukt meestal wel met tabak, hebt u dat in huis?"

Vader Elfering:
"Nee, dat hebben wij niet in huis. Wij hebben nog wel een liter jenever. Zou dat ook helpen?

Huschka:
"Nou ja, tabak was beter geweest, maar ik denk dat ik het met jenever ook wel kan regelen."

Mevr. Elfering:
"Wacht even. Kunt u misschien deze pannekoeken voor Gerard meenemen. Hij kan die misschien wel gebruiken".

Huschka:
"Oke, geef maar mee. Goed of slecht bericht, jullie horen van mij".

Hierna verdwijnt Huschka in de duisternis op zoek naar een voor hem veilig heenkomen...

Arrestatie van Huschka


Huschka weet zich tot 22 mei 1945 in Nederland schuil te houden en gebruikt onder andere de namen: Schreuder, Jansen en Van der Voort.

Uiteindelijk wordt hij dan toch door het speurwerk van de Politieke OpsporingsDienst (P.O.D.) van Enschede gearresteerd en wordt, voor verdere berechting, overgedragen aan het Bureau Nationale Veiligheid. Daar wordt veilig in de gevangenis in Den Haag opgeborgen.

In de zomer van 1946 zag Huschka kans te ontsnappen, omdat een rechercheur van het Bureau Nationale Veiligheid die hem naar de plaats van verhoor moest brengen, toestond dat Huschka eerst naar de kapper ging. Zo sluw als hij was wist hij natuurlijk van deze situatie gebruik te maken en vluchtte naar België.

Daar werkte hij als boerenknecht onder de naam Bob in het boerengehucht Denderwindeke nabij Nivove in Oost-Vlaanderen.

Op aanwijzing van de Belgische Rijkswacht konden de Enschedese P.R.A.-rechercheurs J.G.L. Krabbe en H.J. van Dijk op 18 december 1946 Bob als Huschka ontmaskeren.

In de krant van omstreeks 20 december 1946 stond het volgende artikel:

"Enschede
Gestapo-moordenaar gearresteerd.
De schuldige aan het drama in de Sumatrastraat op 31 maart ‘45.

Het is twee ambtenaren van de P.R.A. gelukt in een klein plaatsje in Belgie, de beruchte Nederlandse Gestapo-agent Carl Ludwig HUSCHKA te arresteren.

H. was reeds de 22e mei 1945 te Den Haag gearresteerd door een rechercheur van de P.R.A. die hem aan de Field Security overleverde.

Vandaar werd hij overgebracht naar de strafgevangenis te Scheveningen. H. heeft bij een transport naar het Bureau B.N.V. kans gezien te ontsnappen.

Na drie maanden werd hij door Belgie aan Nederland uitgeleverd.
"

Er volgde een langdurig onderzoek, waarbij meer dan 250 getuigen werden gehoord. In september-oktober 1951 kwam de zaak voor de Bijzondere Strafkamer te Zutphen.

Op 17 oktober 1951 werd hij veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf.

Commentaar achteraf


Wat een verschrikkelijk verhaal. Negen mannen en één vrouw sneuvelen één dag voor de bevrijding van Enschede door een wraakactie van de Duitsers. Onvoorstelbaar.

U kunt zich afvragen: Wat doet deze geschiedenis op een website gewijd aan Johannes ter Horst?

Vanaf het begin van de oorlog zijn gereformeerde jongeren uit Enschede zich gaan verzetten tegen de bezetter.

Sommigen deden dat door hulp te bieden aan onderduikers. Die waren op hun beurt weer afhankelijk van de overvallen op distributiekantoren door de knokploeg van Johannes ter Horst. Zo was alles en iedereen aan elkaar verbonden.

Verder valt op hoe binnen de LO veel activiteiten door elkaar lopen. Naast verzorging van onderduikers zijn veel LO-medewerkers betrokken bij andere illegale activiteiten.

Piet Zandbergen onderhoudt nauwe contacten met de Centrale Inlichtingen Dienst (Antonie van Essen). Wieger Mink verbergt een tijdje de door de Duitsers zo begeerde zender Packard (van de zendgroep Ter Kuile). Menige LO'er is tegelijk contactman voor het illegale Trouw (Johannes J. Francois).

Door die vermenging van verschillende activiteiten zijn betrekkelijk veel LO-medewerkers het slachtoffer geworden van de SD.

In het begin van deze site heb ik aandacht besteed aan de oprichting van de Enschedese LO. Aan het slot hebt u kunnen lezen hoe het eindigde. Zo sluit zich de cirkel.

Ik heb deze geschiedenis opgenomen als illustratie van een vorm van verraad. Je hoort en leest het zo vaak in de oorlog. Karl Huschka had de opdracht te infiltreren in de onderduikers-organisatie, wat hem ook gelukte.

Huschka genoot het vertrouwen van velen in die organisatie door al het 'goede' werk dat hij verrichtte. Zo zorgde hij onder andere voor vrijlatingen van door de SD gearresteerden. Dat zou toch nooit iemand doen die fout is?

In deze geschiedenis valt het ook op, dat er direct mensen zijn die het zaakje niet vertrouwen. Zij vonden hem levensgevaarlijk. Het zijn o.a. Ter Kuile, ds. Overduin, Jan Harm Bosch.

Ik herinner me ook goed dat Henk Mulder vertelde zich van meet aan te hebben gedistancieerd van dat hele Huschkagedoe. Mee daardoor behoorde hij tot een van de weinige overlevenden sinds de oprichting van LO-Enschede.

Enschede mag trots zijn op zijn verzetslachtoffers. Met wegcijfering van hun eigen leven zetten zij zich in voor hun medemens. Hogere vorm van naastenliefde ken ik niet.

 

Verder onderzoek naar Huschka

Van Bert Mansveld uit Enschede kreeg ik op 15 september 2012 het volgende mailtje:

 

Geachte Hr. Slings

 

Jaren geleden inmiddels, ben ik een eigen onderzoek gestart naar de activiteiten van Carl Huschka in met name Twente. Om gezondheidsredenen was ik een tijdlang gestopt, maar inmiddels kan ik mijn research weer oppakken. De bedoeling van mijn research is om uiteindelijk een breed beeld te krijgen en door te geven aan geïnteresseerden,  over de activiteiten van Huschka. Vele uren heb ik al gesleten in het gemeentearchief maar uiteindelijk kreeg ik niet meer boven water dan dat dhr. Hilbrink al eerder beschreven had, althans wat Twente betreft. Maar helaas zijn de activiteiten van Carl Huschka in een veel breder gebied bekend, zoals Drenthe, Limburg en waar het voor hem begon, namelijk Rotterdam. Ook heb ik familieleden van Carl Huschka weten te traceren en mogen interviewen. De kwestie lag daar erg gevoelig en tevens zeer ingewikkeld gezien de herkomst van Carl Ludwig Huschka, hij kwam uit een enorm probleemgezin en was uit huis geplaatst als kind. De fundering van zijn latere wandaden hadden toen al vermoedelijk een voedingsbodem. Als amateur historicus maar zeker als psycholoog ben ik uitermate geïnteresseerd in het spel wat Huschka speelde terwijl er maar weinig verzetslieden hem vertrouwden, slechts een enkeling liet zich vertederen door zijn zogenaamde “mogelijkheden”. Er zijn toentertijd veel waarschuwingen uitgegaan binnen de illegaliteit, zelfs is er een moment geweest om Huschka voor de zekerheid “om te leggen”. Dus kortom ligt hierin mijn onderzoeksgebied, om het enigszins helder te krijgen wat er zich allemaal heeft afgespeeld tussen Huschka en het verzet. Helaas zijn er nagenoeg geen ooggetuigen meer, maar wellicht zijn er nog enkel nazaten van betrokkenen. Daarom wil ik u vragen of u personen weet die bereid zijn om hun verhaal te doen. Wellicht uzelf, graag hoor ik dan van u ?

 

B.v.d. met vriendelijke groet,

 

Bert Mansveld    

 

Uit onze correspondentie is uiteindelijk het onderstaande artikel van Bert voortgevloeid. Het blijkt ondertussen dat er nog twee andere onderzoekers met de geschiedenis van Huschka bezig zijn. Wellicht hoort u daarnog meer over.

Hier volgt het artikel dat Bert mij toestuurde op 17 november 2012.


"Carl(Karel)Ludwig Huschka

1907-1966

 



Huschka
Huschka


 

 

Huschka was een man die, en nu citeer ik gemakshalve een krantenartikel na zijn vonnis in 1951, “zijn door God gegeven talenten in dienst stelde van een duivelse instelling zoals de Duitse Abwehr er een was”. Zo begon mr. De Walle zijn zeer lange requisitoir bij de Bijzondere Strafkamer te Zutphen. Carl Huschka een man die als spion voor de Marine Abwehr in vele delen van het land verzetsorganisaties hielp op te rollen. Hij maakte daarbij veel slachtoffers. In het bijzonder in Enschede waar op de vooravond van de bevrijding tien mensen werden vermoord door een S.D.commando.

 

De officier van justitie eiste levenslang maar Huschka werd op grond van psychiatrische rapporten veroordeeld tot achttien jaar cel met aftrek van zijn voorarrest. Een journalist omschreef Huschka als iemand die het vermogen bezat de indruk te wekken dat hij het ideale klankbord was, de volkomen te vertrouwen psychiater. In het boek waaraan ik werk zal ik dieper op de persoon, de werkwijze en de uiteenlopende achtergronden ingaan, tevens zal ik dan trachten een antwoord te vinden op de vraag die mij nogal overheerst. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk dat bij zoveel twijfel bij zoveel illegale werkers Huschka zijn vernietigende werk kon blijven doen?

 

De ouders van Huschka kwamen oorspronkelijk uit het Duitse Ruhrgebied en vestigden zich in Arnhem waar de vader de kost verdiend als kapper. De man was nogal een verschijning in die tijd vanwege zijn handicap waardoor hij een opvallende waggelende gang had. Temeer doordat hij tevens nogal veel dronk moeten zijn tochten door de straten van Arnhem zelfs meer dan opvallend zijn geweest. Carl Ludwig werd geboren in 1907 en was de oudste telg van het in totaal zes kinderen tellende gezin. Carl Ludwig kreeg exact dezelfde naam als vader, een in die tijd niet ongebruikelijke traditie. De naam Carl Ludwig echter, komt zeer vaak voor bij het geslacht Huschka.

 

De moeder van Carl ging gebukt onder een psychische aandoening en dat in combinatie met de drankzucht van vader deed het de kinderbescherming besluiten om de kinderen uit het huis te plaatsen na een aantal geweldsescalaties. Carl werd ergens ondergebracht bij een boerderij en was volgens de voogdijraad een nette oppassende jongeman.

 

Op zijn twintigste huwde Carl maar raakt aan de drank waardoor de vrouw een scheiding aanvroeg, het huwelijk hield acht jaar stand. Wel werd er uit dat huwelijk drie kinderen geboren. Later zou in de diverse contacten die Carl onderhield met vrouwen meerdere kinderen geboren worden. Eind jaren dertig leefde Huschka samen met een kasteleinsvrouw in Amsterdam, in dat café werkte Huschka als kelner.

 

Daar ontsproot tevens al zijn talent als tipgever, weliswaar toen nog voor de Amsterdamse politie. Na de Duitse inval werd het café een heus N.S.B. café en stond Carl inmiddels in W.A. uniform achter de tap. En vanaf die tijd tipte hij de S.D. Ook ondernam Huschka een vergeefse poging om opgenomen te worden in de lijfwacht van Mussert. Maar op advies van zijn vriendin besloot hij fulltime te gaan werken voor de S.D. Deze organisatie had hem al eerder gepolst voor een vacature als V-man.

 

In 1941 duikt Huschka op in het Friese plaatsje Huizum waar hij infiltreerde bij de illegale werkers daar. De verzetsman F. Haitsma wist Huschka te vertellen dat er zeven potentiele Engelandvaarders op de wip zaten om met een zeilboot de oversteek te wagen. Alle zeven werden uiteindelijk opgepakt. Twee van deze mannen stierven later in een concentratiekamp.

 

Vervolgens speelde Huschka deze rol onder de namen Schreuder, van der Voort en Jansen in onder meer Rotterdam, Rijnsburg, Den Haag, Goirle, Winschoten, Bussum en ten slotte Enschede. Voor zover bekend hebben de acties van Huschka het leven gekost van ruim veertig verzetsmensen.

 

Slechts eenmaal moest hij toestaan om op directe wijze bloed aan zijn handen te laten kleven. Dat was toen hij in Enschede de Canadese piloot Jenvey, die aan zijn zorgen was toevertrouwd door het verzet, eigenhandig doodschoot.

 

De tactiek van Huschka om het vertrouwen te winnen van verzetslieden, was dat hij de kunst verstond om via de zwakste schakel een ingang te vinden. Hij gaf aan dat hij werkzaam was als dubbelspion en daardoor bij machte was om het een en het ander te ritselen voor het verzet. Deze ritselzaken bestonden vaak uit het verstrekken van zeer gewilde ausweisen en het vrij krijgen van gearresteerde illegale werkers. Zo bevrijdde hij, op verzoek, een neef van kastelein Kolthof van het Enschedese café Monopole, waar hij vaak vertoefde, uit het ziekenhuis in Gronau waar hij opgenomen na een schermutseling met de Duitsers. Hiermee won hij het vertrouwen van de verzetsgroep van Piet Zandbergen, hoewel sommige leden hun bedenkingen hielden.

 


Huschka rechts, links collega V-man Izaks

 

Inmiddels was Huschka bevorderd aan Duitse zijde tot Hauskapellenleiter (leider van de V-mannen) vanwege zijn verdiensten voor de S.D. Hoewel in een eerder stadium de verzetsmensen Gelderman en van Delden Huschka wilden liquideren vanwege zijn verraad van hun pilotenlijn, is het opvallend dat er geen adequate waarschuwing is uitgegaan. Weliswaar waren Gelderman en van Delden al gearresteerd maar buiten deze twee mensen om waren er nogal veel aanwijzingen dat Huschka niet betrouwbaar was. Gelderman en van Delden hebben hun arrestatie overigens niet overleefd. Van Delden is in het concentratiekamp Vught geëxecuteerd en de dood van Gelderman is nooit opgelost en zijn lichaam is nimmer gevonden.

 

Huschka kon zijn praktijken blijven uitvoeren en kreeg van de S.D. een villa in Hengelo tot zijn beschikking om daar vervolgens zijn contacten te ontmoeten. Inmiddels was het maart 1945 geworden en stonden eindelijk de Engelse en Canadese bevrijders voor de poort van Enschede. Op dat moment beval Huschka's baas, dr. Meyer van de Abwehr, om eindelijk eens haast te maken met de kwestie Zandbergen, dit vanwege zijn wens om op grootse wijze afscheid te nemen van Enschede.

 

 

Huschka belegde een vergadering in de woning van Ter Borg aan de Sumatrastraat 3 in Enschede om de laatste nieuwtjes te bespreken rondom de naderende bevrijding. Een aantal personen vertrouwden de zaak niet en zijn niet komen opdagen op de avond van 31 maart. Zo ook ds. Overduin die eerder gepakt was en later op onverklaarbare redenen vrijgelaten werd tot ongenoegen van dr. Meyer. Op de ochtend van zijn vrijlating ging ds. Overduin nog langs bij Ter Borg maar trof daar tevens Huschka en ds. Overduin wist zich uit de voeten te maken met een smoesje. Dit had te maken met zijn per abuis verordende vrijlating. De conclusie mag getrokken worden dat Ds. Overduin het spel van Huschka doorzag.

 

Uiteindelijk werden op de vergadering die avond negen mensen bruut vermoord door een S.D. Sonderkommando. Huschka zelf was al gevlucht maar vond onderweg er nog genoegen in om langs te gaan bij de schoonouders van Ter Borg on hen te vertellen dat alles goed was maar dat er gebrek was aan geld en eten. Hij kreeg een fles jenever en een aantal pannenkoeken mee. Het contacteren van nabestaanden van zijn wandaden is trouwens een terugkerend fenomeen bij Huschka. Hij stuurde zelfs, later vanuit zijn cel, kerstkaarten naar nabestaanden van zijn slachtoffers.

 

Tot juni 1945 wist Huschka zich te verschuilen maar werd opgepakt door de P.O.D. ( politieke opsporingsdienst). Deze geeft hem over aan het Bureau Nationale Veiligheid en Huschka wordt opgesloten in Den Haag. Daar echter verdwijnt hij in juni 1946 onder zeer verdachte omstandigheden. Hij mocht voor zijn proces naar de kapper en kreeg een tientje mee en hij nam dankbaar de benen. Huschka nam de vlucht richting België en kwam in Denderwindeke terecht. Daar werd hij opgespoord door de recherche en in december 1946 wederom gearresteerd. Onder de naam Bob Korendijk wist hij zich als boerenknecht enige maanden schuil te houden. Uiteindelijk werd Huschka veroordeeld tot een celstraf van achttien jaar. Zat slechts een aantal jaren uit vanwege een amnestieregeling. Tot zijn overlijden in 1966 bezat Huschka ergens in Gelderland een horecagelegenheid."



Huschka

Veroordeling

 

Ik ben Bert dankbaar voor zijn bijdrage aan de kennis van Huschka. En ik hoop dat het beeld van deze man in de toekomst nog vollediger wordt. Niet om hem na te volgen, integendeel. Maar wel om ervan te leren.

 


 

Enschede, een geteisterde stad


Zo was Enschede op de dag van zijn bevrijding 1 april 1945 een verscheurde stad.
Enerzijds was daar verslagenheid en diepe droefheid: zovelen in één keer vermoord als zinloze wraakoefening op 31 maart 1945.
Tegelijk was daar tomeloze vreugde over de bevrijding waarnaar zo lang was gesmacht.

Nog een aspect wil ik niet ongenoemd laten. Verschillende delen van de stad lagen in puin. Vergissingsbombardementen van de geallieerden troffen verscheidene malen de stad.
Omdat Enschede zo dicht tegen de Duitse grens ligt, werd de stad aangezien voor een Duitse stad.

Niet alleen door vergissingsbombardementen werd de stad getroffen, ook door gerichte aanvallen vooral op spoorlijnen. Er ging geen nacht voorbij of er trokken Engelse vliegtuigen over de stad.

Een angstige situatie. Steeds weer de vraag: Ze zullen ons toch niet voor een Duitse stad aanzien.

Ik ga niet alle bombardementen beschrijven.

Het begint al op zondag 4 augustus 1940: Voortsweg.
Zaterdagavond 14 september 1940: P.J.Troelstrastraat, Hengelosedwarsstraat: 2 doden.
Op donderdag 22 januari 1942: 21 doden.
Op zondag 10 oktober 1943: 121 doden.
Op woensdag 22 februari 1944: 40 doden.
In de eerste twee maanden van 1945: 14 doden.
In maart 1945: ruim 100 doden.

Voor een filmverslag over oorlogsbombardementen zie bombardementen.

Over de gewonden en verwoeste huizen en gebouwen spreek ik nu niet, laat staan over de honderden keren luchtalarm.

Tenslotte


Zo erg was de oorlog. Geen spannend jongensboek, maar een strijd op leven en dood tegen de duivelse macht van het nazidom.

Daar heeft Enschede als stad en daar hebben zijn bewoners een flink deel van te verwerken gekregen.

Prachtig om te zien hoe het geloof in God en in Christus bloeide. Daarvan geeft deze site hoopgevende voorbeelden.

De mens verandert. Johannes ter Horst is anders dan de gereformeerde christen van nu.

Maar Gods beloften en zijn trouw zijn dezelfde. Wij worden elke dag opgeroepen ons daaraan vast te klampen. Zie artikel in nd over johannes.

De grote dag van Christus is komende. Daarnaar zijn we onderweg.

Daar zal geen oorlog meer zijn, maar eeuwige vrede en eeuwige vreugde.

DE OORLOG IN BEELD: HOE ERG HET WAS!

3 graven

In memoriam

Nederland herdenkt zijn oorlogsslachtoffers


Dit is de laatste van de tekeningen van L.J. Jordaan.

In dezelfde straat, waar Himmlers Gestapo haar hoofdkwartier in Amsterdam had opgeslagen, aan de poort van deze hel, werkte Jordaan voort.

Het is een raadsel dat hij daar ongemoeid werd gelaten. Voortdurend was er de dreiging van een fatale ontdekking. In zijn tekenkamer moesten alle sporen op ieder moment kunnen worden uitgewist.

Jordaan stelde zich ten doel het schrikbeeld van deze tijd aan zijn eigen en aan de komende generaties in te prenten.

Daaraan hebben zijn tekeningen op mijn site over Johannes ter Horst en zijn makkers een bijdrage mogen leveren.

Dit was de laatste pagina van deze website, dit digitale boek, over Johannes ter Horst.

Als u wilt kunt u reageren door naar mij te mailen.

Op de linkerpagina komt u bij mijn mailadres.

U zou me daar een groot genoegen mee doen.

U krijgt zeker antwoord.

Gert Slings

_________________________________________________ _________________________________________________

BIBLIOGRAFIE


Het Grote gebod. Gedenkboek van het verzet in LO-LKP. Kampen, 4de druk 1989, onder redactie van H. van Riessen e.a.

T.Wiegman, Enschede 1940-1945, Enschede 1985.

C. Hilbrink, De illegalen. Illegaliteit in Twente en het aangrenzende Salland 1940-1945, Den Haag 1989.

C. Hilbrink, De Ondergrondse. Illegaliteit in Overijssel 1940-1945, Den Haag 1998.

C. Hilbrink, Vogelvrij verleden. Oud-illegalen na de oorlog, Amsterdam 2001.

Gejo Alberts, Blonde Piet Zie: Blonde Piet

L.J. Jordaan, 1940-1945, Herinneringsalbum. De Groene Amsterdammer, 1945.

Geuzenliedboek 1940-1945

Handje Plak, Wat straks? Handje Plak antwoordt Seyss Inquart op zijn rede van 3 januari 1945. Knock-Out Press 1945.

Het VRIJ NEDERLANDSCH LIEDBOEK, 1 april 1944. Uitgegeven in Bezet Nederland op Engels tekstpapier.

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Den Haag, deel 7 (1976) en 10a (1980), wetenschappelijke editie.

'Koos' Michel, Mijn verzet in de Tweede Wereldoorlog, onder redactie van S.E. Scheepstra, Kampen 2007.

Joh. van Hulzen en Ad Goede, "Gevangenisdeuren zwaaien open", vervolgartikelen in De Zwerver, Weekblad van de Stichting LO-LKP. Jaargang 3, 1947, nrs. 26-34.

George Harinck, DE REFORMATIE, weekblad tot ontwikkeling van het gereformeerde leven 1920-1940. Baarn 1993.

Jan Hof, De dubbele slag in Arnhem. De KP-kraken van De Koepel en het Huis van Bewaring in Arnhem, Kampen 2004.

Jan Hof, Frits de Zwerver. Twaalf jaar strijd tegen de Nazi-terreur, Den Haag, vijfde druk 1979.

Jan Hof, Omnibus Verzet 1940-1945, Kampen 2002.

Jo van 'n Scheppelborn, Mijn leven naast een verzetsman, Enschede 1997.

Bob de Graaff en Lidwien Marcus, Kinderwagens en korsetten, Een onderzoek naar de sociale achtergrond en de rol van vrouwen in het verzet 1940-1945, Amsterdam 1980.

Y.N. Ypma, Friesland Annis Domini 1940-'45. (Bijdrage tot de geschiedenis van het Georganiseerde Verzet in Friesland, samengesteld in opdracht van de Vereniging Friesland 1940-1945), Drachten 1965.

P. Wijbenga, Bezettingstijd in Friesland, 3 dln, Leeuwarden 1975.

M. Brinks, Het Scholtenhuis 1940-1945, deel 1: Daden, Groningen 2009.

 

Jan Heerze, Elk mens telt (een rondgang over ereveld Loenen), Oorlogsgravenstichting, Den Haag, 2011.

Links ivm Johannes ter Horst:

artikel in nd over johannes

interview over johannes


anton reedijk uit rotterdam

reinder spriensma uit ureterp

lammert huizing uit sellingerbeetse

roelof blokzijl (in English)

 

 

 

Bezettingstijd in Amersfoort


inleiding oorlogstijd in a'foort
oorlogstijd in amersfoort dl1
oorlogstijd in amersfoort dl2
oorlogstijd in amersfoort dl3
oorlogstijd in amersfoort dl4
oorlogstijd in amersfoort dl5

oorlogstijd in amersfoort dl6

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere links:

 

De invloed van de bijbel
op Nederlandse cultuur


Gedichten
met kort commentaar



 Enschede in 40-45

beheer