Hoofdstuk 9

BEVRIJDING VAN 54 GEVANGENEN UIT HET HUIS VAN BEWARING IN ARNHEM

 

Inleiding

Een verhaal kan op verschillende manieren verteld worden.
Dat is afhankelijk van de verteller. Wie is het? Waar bevond hij zich? Welke informatie had hij? Was hij erbij of hoorde hij het van anderen?

Het eerste verhaal in hoofdstuk 9 is verteld door Piet Alberts. Hij stond er met zijn neus bovenop. Hij was één van de naaste medewerkers van Johannes ter Horst. Het is opgetekend door zijn zoon Gejo.

Het tweede verhaal is wat zakelijker. Het heeft een aantal bronverwijzigingen. Het bevat ook informatie die we bij het verhaal van Piet niet tegenkomen. Ik denk dan aan het klaarmaken van de 100 enveloppen met een tientje en bonkaarten. Die werden bij hun bevrijding uitgedeeld om eten te kopen en met de trein weg te kunnen.

Verder zijn een aantal deelnemende verzetsmensen aan het woord: Klaas Hoogeboom, Joop Abbink en de bevrijde Johan Sutterland en Willem Dijckmeester. Zo is er nog meer te noemen. Ik vond dit artikel op het internet. Ik heb het van kopjes voorzien voor de overzichtelijkheid.

Het blijft ongelooflijk boeind om te lezen over de grootste bevrijdingsactie uit de geschiedenis van het Nederlandse verzet, waarin de Enschedeër Johannes ter Horst weer een cruciale rol speelde.

 

In mei 2014 mocht ik een bijdrage leveren aan een nieuwe website, waarop het verhaal van de bevrijding van ds. Slomp staat en de bevrijding van de 54 gevangenen uit het Huis van Bewaring in Arnhem. Het is geschreven door Joke Scheepstra en Jan Weitkamp. Zie hiervoor WO2-verzet.nl.

 

Arrestatie eigenaar van "Het Hemeldal"


Ondanks het feit dat de bevrijding van Ds. Slomp op rolletjes was verlopen kwamen de rechercherende mensen van de Sicherheitsdienst toch zover dat zij uitkwamen bij het pension "Hemeldal" in Oosterbeek.

Op donderdag 25 mei 1944 wordt de eigenaar van dit pension, de verzetsman Eef Zwarts, gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Arnhem. Zwarts liet, zoals in een vorige hoofdstuk al werd verteld, onder andere zijn pension gebruiken als uitvalsbasis voor acties. Daardoor was hij goed op de hoogte van wat zich binnen de LKP afspeelde. Hij kende namen en wist ook van de bevrijding van ds. Frits Slomp uit de Koepel te Arnhem.

Via de gevangenisonderwijzer Joop van Veldhoven, die een belangrijke rol had gespeeld bij de bevrijding van ds. Slomp, komt de KP aan de weet dat Zwarts bij zijn verhoren zwaar wordt mishandeld en dat de kans bestaat dat hij aan zijn verwondingen zal bezwijken. Als hij doorslaat is het risico groot dat meer verzetsmensen opgepakt zullen worden.

Daarom vindt de LKP-leiding het heel belangrijk dat Zwarts bevrijd wordt. Liepke Scheepstra alias Bob gaat direct na de arrestatie actie ondernemen. Daarbij roept hij weer de hulp in van de KP-Twente onder leiding van Johannes ter Horst. Hij weet dat hij op hen nooit tevergeefs een beroep doet.

 

Voorzorgsmaatregelen van de Duitsers


Na de geslaagde overval op De Koepelgevangenis van 11 mei 1944, waarbij ds. Slomp en Kruithof werden bevrijd, is de bewaking van zowel De Koepel aan de Wilhelminastraat als van Het Huis van Bewaring aan het Walburgplein in Arnhem aanzienlijk verscherpt. Deze keer moet Het Huis van Bewaring gekraakt worden.

 

Voorbereidingen voor de bevrijding


Voor de landelijke KP-leider Bob (Liepke Scheepstra) en zijn kleine groep getrouwen vormt dat geen belemmering plannen te beramen om Eef Zwarts zo snel mogelijk uit de cel te halen. De vraag is alleen hoe? De ligging van het complex is ongunstig en bovendien vormen de 4 meter hoge muren een belangrijke hindernis.

Dankzij de medewerking van een parketwachter van het aangrenzende Gerechtshof aan de Grote Markt, krijgt Bob de gelegenheid de situatie binnen en in de onmiddellijke omgeving te observeren. Duidelijk is dat er een semi-militaire operatie moet plaats vinden wil men bij de cellen kunnen komen en het gebruik van geweld ligt voor de hand.

De mogelijkheid om weer middels een smoesje via de voordeur binnen te komen, zoals dat met Ds. Slomp was gelukt en ook in het Huis van Bewaring in Almelo, zal nu wel niet meer slagen. Over de muur klimmen is de enige overgebleven optie.

 

Eerste poging op maandag 29 mei 1944


Bij deze eerste poging op maandag 29 mei laat in de avond zijn van de Twentse KP aanwezig: Johannes ter Horst, Geert Schoonman en Harry Saathof. Verder een aantal mensen van de KP-Betuwe. Piet Alberts: (Die hierbij ook niet aanwezig is, hoewel hij gedeeltelijk in de wij-vorm spreekt)

"Toen kwam het huis van bewaring aan de beurt in Arnhem.
We zouden het ding van drie kanten aanvallen. Over hekken geklommen, totdat wij op een platdak lagen, totdat de agenten (want op de binnenplaats werd het bewaakt door twee agenten) vlak voor ons kwamen om hun te grijpen. (die politiemannen te grijpen) Maar zij hoorden onraad en begonnen te knallen, wij natuurlijk ook. Zo zijn er vijftig schoten gevallen.

Toen trokken wij terug. Wij hadden sokken over onze schoenen om geruisloos te lopen. Allemaal waren wij er over, behalve Johannes, die bleef met zijn jas achter een stang van het hek hangen. Zo hing hij daar tussen hemel en aarde. Maar dat was gauw verholpen.

Zo gingen ze rustig lopen totdat onze tongen op onze schoenen kwamen te hangen."

Daarna stappen de mannen van de KP-Enschede weer in de auto en gaan op weg richting Zutphen, om via de IJsselbrug, richting Twente te rijden.

 

Liquidatie hoge piet van SD


Piet: "Op de weg terug kregen ze de SD achter zich aan. Dat werd jagen, 120- 130 kilometer per uur, maar plotseling sprong de achterband. Toen zijn ze nog enige kilometers doorgereden met een snelheid van 70 kilometer per uur, totdat ze een laan zagen en zijn daar ingereden. Toen ze goed en wel stilstonden, reed de SD hen voorbij. De band plakken ging ook heel moeilijk, want de krik zakte steeds in de grond weg. Maar eindelijk kwam hij toch klaar.

Maar toen was het zo laat geworden, dat ze besloten om daar te overnachten. Om de beurt gingen ze waken. 's Morgens licht geworden en dan eten, sigaret gerookt."

Vlak voor hun vertrek, komt er een boer voorbij, die het drietal en de auto zo bekijkt en zegt dan: "Ik zou maar maken dat ik wegkwam. Jullie staan op het terrein van de Hitlerjugend!"

Piet: "Dan komt daar een oude man aangefietst en hield bij hen stil en vroeg naar de papieren. Toen vroeg Johannes of hij daartoe gerechtigd was om papieren te vragen. Hij werd erg kwaad en zei toen: "Ik ben van de "Kriminal Polizei" lid van de SD, directeur van dat tehuis waar ze opgeleid worden voor de Hitlerjugend!".

Op dat landgoed stonden zij dan ook, zonder het te weten. Totdat de man lastig begon te worden en steeds maar om hun papieren vroeg, toen zei Harry: "Johannes, zal ik ze maar laten zien?" Hij stapte uit de wagen, zijn pistool uit de zak en zei: "Handen omhoog!"

Meteen greep die vent naar Harry zijn pistool. Harry schoot mis, maakte zijn handen vrij en schoot nog een keer. Hij (die SD'er) nam zijn pistool, maar kreeg geen kans om te schieten, want Johannes schoot hem door zijn heup, daarop viel hij op de grond en kroop naar zijn fiets.

Geert in actie. Hij drukte Johannes aan de kant en schoot. Het schot was prachtig. Hij raakte hem precies in zijn voorhoofd. Tussen twee haakjes. Geert was scherpschutter, hij schoot door een paal van 10 centimeter op 80 meter afstand. Hij was dan ook één uit duizenden.

Harry is hierbij gewond geraakt in zijn bovenbeen. Hoe is een raadsel. Wij kunnen het nog niet begrijpen. De naam van die kerel weet ik niet meer, maar het was een hoge piet. Toen hij begraven werd kwam er een krans van de Führer op en één van Smit en Seijs Inquart en nog veel meer. Mussert en Van Geelkerken waren op zijn begrafenis aanwezig. Daar hebben nog foto's van in de krant gestaan.

Toen hij dood was, zijn zij hun weg naar Enschede terug begonnen, wat dan ook gelukte, zonder pech. Alleen de motor was totaal verbrand van het harde rijden dat ze moesten". Tot zover Piet Alberts.

Harry Saathof

Harry Saathof

Na de oorlog als eerste luitenant.

Hij was al vroeg bij de groep van Johannes betrokken.

Terug naar Enschede


Zoals Piet zegt dat ze rechtstreeks naar huis zijn gereden, is niet helemaal volledig. Hieronder het vervolg:

Snel vertrekken ze van de plaats des onheils. Tweehonderd meter voor de kruising van de Zutphensestraat en de Deventerweg, slaat de auto rechtsaf naar het huis van de zuster van Harry. Later kregen de drie te horen dat, wanneer ze de kruising waren opgereden, zij geconfronteerd waren met een aldaar opgestelde mitrailleur.

Harry Saathof wordt eerst bij zijn zuster in Apeldoorn verpleegd en later met de vrachtwagen van de bakkerij, die bestuurd wordt door Jan Bredewold, naar het hoofdkwartier van de KP Enschede, op de Holterhof gebracht. Onderweg verstopt Harry zich achter de, in de vrachtauto meegevoerde, balen meel. Harry blijft, daarna voor verdere verpleging, tot ongeveer half juli op deze boerderij.

Voor Geert en Johannes is de situatie ook al niet eenvoudiger geworden. Het bleek dat zij een vooraanstaande Duitse officier, genaamd Singenstreu hadden doodgeschoten. Uit betrouwbare informatie horen zij dat hun signalementen alsmede de gebruikte auto bekend zijn geworden. Mogelijk dat de boer, die de drie illegalen gewaarschuwd heeft, later door de SD is ondervraagd.

De landelijke berichtgeving luidt als volgt:
"30-5-44. De Gew. P.P. Arnhem verzoekt namens de Gew. P.P. te Nijmegen o.a.v. (opsporing aanhouding voorgeleiding) van drie personen die op 30-5-44, te 07.30 uur vanuit een auto een Rijks Duitscher, genaamd Richard Singenstreu met revolverschoten hebben gedood. De auto met de 3 inzittenden zijn vermoedelijk in de richting van Apeldoorn of Deventer weggereden.

Signalement daders:
I Groot postuur, rossig haar, gekleed in een blauwe overal. (Geert Schoonman)
II Klein postuur, gekleed in donker kostuum draagt grijze hoed, ong. 30 jaar. (Johannes ter Horst)
III Geen signalement, is vermoedelijk gewond en zal zich in verbinding stellen met een dokter. (Harry Saathof)
Sign. Auto: Chevrolet, type 32 - 33 donkerrood of bruin, bagagedrager op de achterzijde vermoedelijk met een lek reservewiel er op.

chevrolet

Zo ongeveer heeft de Chevrolet eruit gezien.


Nauwkeurige recherche bij doktoren en garage's wordt verzocht. Posten uitzetten bij bruggen, overgangen en hoofdwegen. Gew. P.P. Amsterdam."

Het rode haar van Geert is dus als signalement omschreven, alsmede de auto. De informatie over hun signalering is ook bij de politie Enschede binnen gekomen. Contacten binnen het politiekorps zorgen ervoor dat Geert gewaarschuwd wordt.

Daarom besluit Geert zijn haar donker te laten verven, terwijl zijn verloofde, Bertha Kempers, zich bezig gaat houden met het verstoppen van de "gesignaleerde auto". Daartoe graaft zij een groot gat dat schuin afloopt, zodat de auto erin gereden kan worden. Het deel, dat boven het gat uitsteekt, camoufleert zij met takken. De auto is daarna normaal van de weg af niet meer te zien.

 

Informant binnen de gevangenis


Met medewerking van een relatie uit de politiewereld wordt daarna contact gelegd met een surveillant, die binnen het Huis van Bewaring werkzaam is en die de KP'ers wil helpen onder de voorwaarde dat hij direct zal kunnen onderduiken.

Deze surveillant doet die maandag, de 5e juni dienst op de binnenplaats van het Huis van Bewaring. Hij zal de KP jongens ongehinderd door laten gaan, dus hij loopt nadien een groot risico dat men hem verdenkt van het verlenen van medewerking. Dus daarom wordt de door hem gevraagde hulp toegezegd.

 

De dader stáát op het kerkhof


De zaterdag na de schietpartij wandelen Johannes en Geert al weer door Arnhem, of ze er horen, en dit laatste is ook zo, want ze houden niet van half werk. Z. (Eef Zwarts) moet er uit, als het maar even in hun vermogen ligt.

Daar nadert iets plechtigs. Een dode wordt uitgedragen - met Duitse militaire eer.

Johannes en Geert volgen de stoet naar het kerkhof, zijn getuige van de teraardebestelling en zien daar bijeen vele, vele gestrekte armen, onder meer van het tweemanschap der bezettingsmacht: Seyss Inquart en Rauter, omgeven van hun lijfwachten en adjudanten. Hitler distancieert op alle fronten en in die Schweinhundische Gau Holland worden brave Duitsers vermoord, zoals deze Verwalter Singenstreu…

Kransen worden eerbiedig neergelegd, er is er één bij van de Führer. Rauter treedt naar voren en spreekt. Hij zegt onder meer, dat Singenstreu uit een hinderlaag verraderlijk neergeschoten is.

Geert weet, dat het even anders toegegaan is, ook Johannes kan er als getuige over oordelen. Uit een hinderlaag was het niet. Ware het nodig geweest, in dienst van de zaak, waarvoor ze dag en nacht het leven inzetten, ze zouden het ook uit een hinderlaag gedaan hebben. Maar uit welke mond klinkt hier: verraderlijk? En dat in tegenwoordigheid van die Oostenrijker (Seyss Inquart)!

Als de plechtigheid geëindigd is, gaan ze met hun tweeën heen, stram, voorzover die éne dan stram kan gaan (Seyss Inquart kreupelde), verbeten en dorstend naar wraak op onschuldigen.

Ook het andere tweemanschap verlaat de dodenakker, dorstend naar de gerechtigheid, die nadert, nadert iedere dag.

Uit: Gevangenisdeuren zwaaien open 5, door Joh. Van Hulzen en Ad Goede, (De Zwerver, Weekblad der LO-LKP-Stichting, 26 juli 1947, nr. 30, 3de jaargang)

 

Tweede poging op 5 juni 1944


Op genoemde datum de 5e juni wordt de tweede bevrijdingspoging gewaagd. De KP van Johannes, nu zonder Harry Saathof maar met Piet Alberts en de Utrechtse knokploeg van Reindert van der Haar, aangevuld met Johannes van Bijnen (Frank) en Cees Stoove (Grote Kees, die ook meegedaan heeft bij de overval in Almelo), gaan op pad. Zij zullen andermaal, met ladders over de muur klimmen en via de binnenplaats de gevangenis binnengaan.

Op het laatste ogenblik horen zij van de surveillant die binnen die gevangenis werkzaam is, dat er die avond een extra post is geplaatst achter de deur waar zij via de binnenplaats door moeten. Tot grote teleurstelling druipen de verzetsmensen weer af.

Piet: "Twee dagen later. Weer daarheen (Want Bob dat was de baas van de K.P. van heel het oosten des lands, die bereidde deze kraken voor.) Weer op dezelfde manier. Met de agenten gelukte het, maar zij zeiden wij zouden het niet doen, want het was onmogelijk van die kant. Dus het ging niet door."

 

Nog meer informatie


De teleurstelling is groot, want de toestand van Eef Zwarts wordt steeds ernstiger, horen zij van Van Veldhoven. Bovendien is de bewaking van het gebouw andermaal verscherpt. Maar net als de KP aan opgeven denkt- het gebrek aan wapens maakt een doeltreffende overval bijna onmogelijk - gloort er nieuwe hoop.

Van Veldhoven heeft met de directeur van het Huis van Bewaring een gesprek over een corrupte bewaker. In de dienstwoning, die aan het cellencomplex grenst, krijgt hij de gelegenheid, de bouwkundige situatie op te nemen.

Hij seint zijn verzetsmakkers in dat het misschien mogelijk is via de directeurswoning binnen te komen. Van daaruit zijn de cellengangen te bereiken met behulp van sleutels, die de directeur onder beheer heeft.

 

Derde poging


Ogenblikkelijk wordt er een nieuw plan gesmeed. Johannes ter Horst, die er soms inderdaad als een dominee uitzag, mede door zijn nette kleding en een brilletje, zal zich voordoen als "dominee Rademakers" die een bezoek wil brengen aan een van zijn kerkleden die in de gevangenis zit.

Op korte afstand zal hij gevolgd worden door zijn makkers, die naar binnen zullen stormen, op het moment Johannes binnengelaten wordt. De hele KP-ploeg wordt weer gemobiliseerd ten huize van Tante Spiek, (Hendrikje Schuiling) wonende aan de Eusebiussingel in Arnhem. Daar krijgt iedereen de nodige instructies.

Terwijl de geallieerde troepen zo kort na Dday hevig strijd leveren in Normandie, meldt de pseudo-dominee zich 's avonds aan het huis van de directeur.

Een jongen, zijnde de zoon van de directeur doet de deur open. Johannes vraagt of de directeur thuis is. De jongen zegt dat hij later terug moet komen, omdat zijn vader niet thuis is. Ondanks het feit dat de deur nu geopend is, besluit Johannes niet door te zetten, omdat anders de zaak niet te overzien zal zijn.

Tevens zijn de Kp'ers er dan ook niet zeker van of zij zonder directeur wel de sleutels kunnen bemachtigen. Hij bedankt de jongen en zegt dat hij later wel terug zal komen. Daarmee mislukt ook de derde poging.

Piet: "De derde keer zijn we er wel geweest, maar toen ging het helemaal niet door. Waarom niet, weet ik zo niet meer."

 

Vierde poging op zondag 11 juni 1944


Terwijl Bob, Joop van Veldhoven en Evert van Boven, de Gelderse leider van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers, op de 8e juni weer bij elkaar zijn, is de toestand voor Eef Zwarts bijna onhoudbaar geworden. Hij wordt nog steeds mishandeld en ligt geketend aan z'n brits. Er moet iets gebeuren. Het is nu of nooit.

Dan oppert Van Boven het plan, in plaats van 's avonds en 's nachts, gewoon overdag tot actie over te gaan. Op klaarlichte dag!

Piet: "Zaterdagavond in Arnhem, met 7 man en een meisje uit Nijmegen moest het gebeuren. We zaten met z'n drieën bij elkaar. (Johannes, Geert en Piet) Wij hadden allen een zwaar hoofd in deze kraak.

Stuk voor stuk vroeg Johannes: "Hoe denk jij over deze zaak?" Geert: "Het zal zwaar worden. Ik reken op slachtoffers!"
Johannes: "Piet en jij?" Piet: "Als wij er maar weer uitkomen". 150 mensen konden wij het leven redden. Dus dat stond op de eerste plaats."

Zondag 11 juni is de dag waarop het moet gebeuren. Tussen twaalf en twee. De Duitsers zullen met alles rekening houden, maar dat er uitgerekend tijdens het zondagse middagmaal een overval zou kunnen plaatsvinden, is zonder twijfel niet ingecalculeerd. Snel wordt het actieplan uitgewerkt. Maar alles staat of valt met de aanwezigheid van de directeur van het Huis van Bewaring.

Het idee om "dominee Rademaker" voor een gesprek over de "geestelijke belangen van de gedetineerden" langs te sturen, blijft gehandhaafd. Maar het plan wordt wat bijgeschaafd.

"Dominee" zal vergezeld worden door zijn "echtgenote", dat wekt meer vertrouwen en direct staan er dan twee mensen bij de deur, die indien nodig handelend kunnen optreden. Deze "echtgenote" is Petertje van de Hengel uit Hamersvelt. Zij zit ook in het verzet en is werkzaam als koerierster, voor de KP-zuid.

Direct worden de KP'ers die beschikbaar zijn gemobiliseerd. Er wordt ook een plan uitgewerkt om de bevrijde gevangenen vlot af te voeren. Daar zitten Arnhemmers tussen, maar ook velen van elders.

Besloten wordt, niet meer de fout van 11 mei te maken, toen de actie uitsluitend gericht was om Frits de Zwerver en de Twentenaar Henk Kruithof vrij te krijgen. Pas nadat de operatie gelukt was realiseerden de KP'ers zich, dat zij veel meer mensen hadden kunnen laten ontsnappen.

Het tijdstip van de overval ligt uitermate gunstig, want van het station Arnhem vertrekt een trein richting Utrecht en om tien over twee gaat er een naar Nijmegen. Als de operatie volgens plan verloopt, zullen de bevrijden al de stad uit zijn voordat er groot alarm is geslagen.

Het huis van "Tante Spiek", aan het Eusebiusplein, is niet ver van de gevangenis gelegen en is voor een deel van de groep de uitvalsbasis. Voor een ander deel is dat een pand aan de St. Jansbinnensingel.

En zo gaan, op die zonnige zondagochtend, negen KP'ers op pad. Dat gebeurt pas nadat leider Bob zich er van heeft vergewist of de directeur dit keer wel thuis zal zijn. Hij belt naar de gevangenis en krijgt te horen, dat de man een ommetje met zijn zoon maakt.

De vrouw van Bob moet in de gaten houden wanneer de directeur terug is. Bob zelf is in de buurt en is samen met Evert van Boven het communicatiepunt voor de KP'ers die uiteindelijk de overval zullen plegen.

Het is omstreek 12.40 uur, wanneer Froukje Scheepstra meldt dat de directeur weer thuis is.

Johannes ter Horst en Petertje van den Hengel krijgen het groene licht en begeven zich, arm in arm wandelend, in de richting van het huis. De anderen zijn inmiddels in de nabijheid en zij hebben het geluk, dat de vlakbij gelegen RK-kerk op dat moment leegstroomt, zodat zij zich onopvallend onder de huiskerende kerkgangers kunnen begeven.

De "dominee" belt aan. Wanneer zij staan te wachten, zegt Petertje tegen Johannes: "Je hebt mijn pistool nog!" Zenuwachtig pakt Johannes het wapen en wil dit snel aan Petertje overhandigen. Door de zenuwen laat hij echter het wapen op de grond vallen. Net op tijd kan hij het oprapen en aan Petertje overhandigen, want dan wordt de deur geopend en verschijnt de directeur in de deuropening. De spanning bij de overige KP'ers die in de buurt staan is om te snijden. Zal het dit keer lukken?

Wanneer de deur is geopend zegt Johannes: "Mijn naam is Rademakers en dit is mijn vrouw. Ik ben predikant in Rotterdam. Ik zou graag even met u willen spreken over de geestelijke nood van enkele van mijn hier gehuisveste kerkleden."

"Goed komt u maar verder", zegt de directeur en opent de deur nog verder om de dominee en zijn vrouw binnen te laten.

Van enige afstand ziet Bob dat het echtpaar wordt binnengelaten; hij wacht een ogenblik, licht (als signaal) even zijn hoed op en ziet dan twee van zijn mannen, Geert Schoonman en Piet Alberts, op de woning afgaan, zonder problemen de deur openen en naar binnen verdwijnen.

Petertje heeft haar werk goed gedaan. Direct nadat de deur achter het "domineesechtpaar" is gesloten, duwt Ter Horst, directeur Bakker een pistool onder de neus. Petertje zet intussen de deur op een kier voor de KP'ers.

In de woning zijn behalve de directeur ook zijn vrouw, de zoon en een oude tante aanwezig. Ze worden naar een kamer gebracht en daar opgesloten.

Dan zegt Johannes tegen de directeur: "Ik wil de sleutels van de cellenblokken en een beetje snel graag!"
De directeur wil echter niet meewerken. Hij zegt: "Ik heb vandaag een vrije dag en daarom beschik ik niet over de sleutels. Ik kan u jammer genoeg niet helpen, het spijt me voor u!"
Hij vervolgt: "Maar waar bent u in hemelsnaam mee bezig! Wanneer ik de sleutels zou hebben en u deze zou geven krijg ik grote problemen. Stop toch met die onzin!"

Johannes speelt wat met zijn pistool, kijkt de directeur aan en zegt: "De sleutels en gauw een beetje!"
Dan begint ook de vrouw van de directeur zich met de zaak te bemoeien. Ze zegt: "Schande is het wat hier gebeurt. Jullie komen zo binnenvallen. Ik ben aan het koken en nu dit!"
Piet Alberts, zegt dan tegen haar: "Dat met dat eten, dat kan wel wat later worden dan gepland, want ik heb het gas uitgedraaid. De aardappels kunnen dus niet aanbranden".

Wanneer de directeur nog niet overstag gaat begint Geert Schoonman ongeduldig te worden. Hij kijkt de directeur indringend aan en zegt tegen hem: "Direct de sleutels! En zo niet, dan kunt u nu beter van uw vrouw afscheid nemen. Ons geduld is op!"
Geert richt zijn pistool vervolgens op de directeur.

Door het dreigement van deze grote gestalte en de manier van spreken, krijgt de directeur eindelijk in de gaten dat dit geen spelletje is en hij beter kan meewerken. Dan loopt hij op een muurkast af, pakt daar een sleutelbos uit en gooit die op de grond.

Hij zegt daarbij: "Hier heb je ze. Ik heb er niets mee te maken. Het is jullie eigen verantwoordelijkheid!"
Vanuit de kamer waar de directeursfamilie eerst zat ingesloten, worden ze nu overgebracht naar de ontvangstcel en daar ingesloten.

Onderweg daar naar toe geeft de tante van de directeursfamilie aan de verzetsjongens te kennen, dat zij het een goede zaak vindt wat ze aan het doen zijn.

Inmiddels zijn met korte tussenpozen ook Joop Abbink, Piet Niewold, Dirk van Harten en Koos Michel het huis binnen gekomen. De laatste posteert zich als wachtpost in de hal.

De anderen kunnen zich met de sleutels gemakkelijk toegang verschaffen tot de cellen, want Joop van Veldhoven heeft voor een goede plattegrond gezorgd. Daarop is ook precies aangegeven waar de telefoons zitten, zodat die uitgeschakeld kunnen worden. De bewakers die zo verrast zijn dat zij eenvoudig overmeesterd kunnen worden, worden vervolgens ook in een cel opgesloten.

De eerste zorg van de groep is vanzelfsprekend Eef Zwarts; twee van de KP'ers begeven zich snel naar de cellenrij op de bovenste ring, waar Zwarts nog steeds geboeid en geketend, in cel 42 zit. De dienstdoende bewaker is behulpzamer dan zijn directeur. Spontaan gooit hij de jongens een bos sleutels toe, waarna de zwaar toegetakelde Zwart kan worden bevrijd en ook de deuren van de cellen van meer dan honderd andere gevangenen kunnen worden geopend.

Groot is hun verbazing en ongeloof. Velen verkeren in de waan dat het de SD is, die ze komt ophalen. De knokploeg maakt de gevangenen duidelijk dat zij vrij zijn en weg kunnen. Maar lang niet iedereen durft van de gelegenheid gebruik te maken, ook al omdat voor sommigen de straf er bijna op zit. (Een aantal heeft deze beslissing, zo is later gebleken, met de dood moeten bekopen. Zij verdwenen naar concentratiekampen in Duitsland en keerden niet terug.)

Uiteindelijk verkiezen 54 mannen en vrouwen de vrijheid. Ze zullen in kleine groepjes via de hoofdingang aan het Walburgplein de gevangenis verlaten, voorzien van een bonkaart en 10 gulden om een treinreis te kunnen betalen. Zij die bekend zijn met de plaatselijke situatie zullen de niet Arnhemmers de weg naar het station moeten wijzen.

Zonder dat buiten iemand ook maar iets in de gaten heeft, kunnen de bevrijde gevangenen en de KP'ers het gebouw verlaten en de treinen richting Utrecht en Nijmegen nemen. Pas als die vertrokken zijn wordt de zondagsrust in Arnhem verstoord.

Piet is over deze bevrijdingsactie opeens opvallend kort van stof: "Wij hadden dan ongeveer tachtig mensen bevrijd".

Johannes op de fiets

Hier zien we dominee Rademakers, oftewel Johannes ter Horst

doodgemoedereerd op z'n fiets stappen

na de bijzondere overval op het Huis van Bewaring te Arnhem.

Nooit in het verzet werden zovelen tegelijk bevrijd.

johannes brief

De foto was genomen door de LKP-leider Liepke Scheepstra, verzetsnaam Bob.

Samen met Theo Dobbe, Johannes Post, Izaäk van der Horst en Hilbert van Dijk en Leender Valstar (Bertus) vormde Scheepstra de landelijke top van de KP.

Hij overleefde als enige de oorlog en kreeg de hoogste onderscheiding:

de Militaire Willemsorde.

Hij weigerde die eerst, maar toen hem werd verzekerd,

dat in hem al zijn kameraden werden geëerd,

aanvaardde hij de onderscheiding.

Hier hoort u de stem van Liepke Scheepstra en zijn aangrijpende verhaal.
(Zie ook de link naar Menke van der Beek in de rechtermarge van http://www.janverhoeff.nl )

Na de bevrijding stuurde hij aan Minie ter Horst, de weduwe van Johannes,

de foto met de bovenstaande begeleidende brief.

In de brief schrijft Bob over 56 bevrijde gevangenen.

Anderen noemen 55.

De meest recente van 54 heb ik overgenomen.

Hoe het ook zij: het was een door God zeer gezegende overval.

Er wordt alarm geslagen


Er is alarm geslagen en de SD gaat op jacht naar de "terroristen" en de ontsnapten, die echter allang zijn gevlogen. Door de politie wordt een alarmeringsbericht verzonden, dat te 17.20 uur ook bij de wachtcommandant van politie te Enschede binnenkomt, en als volgt luidt:

"Op 11-6-44 te ongeveer 12.40 uur, heeft een overval plaats gehad op het huis van bewaring te Arnhem, waarbij een aantal arrestanten van de SD zijn bevrijd.

Signalement daders:
1e Een jongeman, ong. 1,68 m. droeg bril, lichte regenjas, beschaafde spraak.
2e Een jonge vrouw, lang ong. 1,60 m., donker haar en droeg een klein hoedje.
Verder waren er nog 7 a 8 personen bij betrokken waarvan geen signalement is.

In opdracht van de SD moeten posten worden uitgezet op wegen en rivierovergangen. Scherpe controle op persoonsbewijzen, vooral auto's moeten worden gecontroleerd. Van personen die zonder persoonsbewijs worden aangetroffen, moet nauwkeurig de identiteit worden vastgesteld.

Dit bericht werd opgenomen door opperwachtmeester Achterbosch, die tevens de Kapt, Korpschef (Berends) en opperluitenant Bruining in kennis heeft gesteld."

Opvallend in het signalement is de vermelding van de lichte regenjas van Johannes. Zou hij in de gevangenis zijn regenjas gewisseld hebben? Op de foto met de fiets draagt hij duidelijk een donkere.

Op het moment dat dit bericht binnen komt, zijn waarschijnlijk de meeste van de bevrijde personen al weer thuis, althans op een veilige plek ondergedoken. De SD zal zeker naar de woonadressen gaan om de arrestanten te zoeken.

 

Johannes en zijn mannen naar huis


Het zal zo tegen 14.00 uur, van die dag geweest zijn dat het groepje verzetsmensen, dat weer in de richting van Twente moet, vertrekken. Ze verwachten controles op de hoofdwegen en het plan daarom niet richting Twente, maar per fiets richting Apeldoorn te gaan. Ze ontmoeten elkaar op de fiets op de afgesproken plaats, op de hoek van de Schelmseweg.

Piet, treedt dan weer meer in detail:
"Op de terugweg moesten we op elkaar wachten. Net buiten Arnhem op Johannes, want die moest zijn scheerapparaat nog ophalen. Wij waren wel een beetje kwaad, maar enfin, dat kenden wij van hem wel. Wij waren allen op de fiets en zo gingen wij dan fietsend naar Apeldoorn. Daar zouden wij in de trein stappen naar Enschede".

In de richting van Apeldoorn fietst het groepje door de bossen. De afstand Arnhem- Apeldoorn is ongeveer 20 kilometer. De fietstocht zal wat langer dan normaal geduurd hebben.

Piet: "Onderweg was nog controle door de moffen. Wij hebben dan nog een poosje in een zijweg gewacht tot ze weg waren. In Apeldoorn zijn we naar Joop (Abbink) zijn huis gegaan, dat was de adjudant van Bob. Daar wat gegeten en toen naar de trein, eerst gekeken of het station vrij was en dat was het….". Tot zover Piet.

Bij de ouders van Joop Abbink wordt even gepauzeerd. Daar maakt Piet Alberts dankbaar gebruik van de gelegenheid om op een in de woonkamer staand harmonium te spelen. Degenen die mee kunnen zingen, zingen een aantal psalmen, uit volle borst mee.

Via een bevriende politieman aldaar hoort de groep, dat er van de overval in Arnhem, in Apeldoorn nog niets bekend is en dat op het station in Apeldoorn ook niet bijzonders aan de hand is. Dit is voor de groep verzetsmensen een hele opluchting.

In het begin van de avond, het zal zo tegen zevenen geweest zijn, vertrekt de groep onder wie Johannes ter Horst, Geert Schoonman, Piet Alberts, Koos Michel en Dirk van Harten per trein, van Apeldoorn naar Enschede.

Piet: "Op het station liepen wij niet bij elkaar, dat wij niet de aandacht zouden trekken. Wij gingen wel bij elkaar in de coupé zitten. Onderweg zat Geert een beetje met zijn pistool te spelen en liet het een oud mannetje, dat tegenover hem zat, zien. Als hij tenminste een andere kant uitkeek.

Johannes kreeg slaap, omdat hij een flesje chloroform bij zich had en dat was losgeraakt."

 

 

 

 

DE BEVRIJDING VAN 54 GEVANGENEN UIT HET HUIS VAN BEWARING TE ARNHEM (verhaal 2)


Inleiding

Zoals ik aan het begin van het eerste verhaal heb uiteengezet, is dit een tweede verhal over dezelfde overval als hierboven. De bevrijding van de 54 gevangenen uit het Huis van Bewaring te Arnhem is de grootste uit de geschiedenis van het verzet. Boeiend genoeg om een andere kant te belichten.

 

Het Huis van Bewaring aan de Walburgstraat in Arnhem


Na de geslaagde overval op de Koepelgevangenis door een Knokploeg van het verzet op 11 mei 1944 leek het onwaarschijnlijk dat er nog een keer verzetsmensen konden worden bevrijd uit de handen van de Duitsers. Toch werd het enkele weken later noodzakelijk om opnieuw een overval te beramen; ditmaal op het Huis van Bewaring aan de Walburgstraat.

In het Huis van Bewaring, dat stond op de plaats waar anno 2007 het Paleis van Justitie is te vinden, werden gearresteerde verdachten opgesloten in afwachting van hun proces. Ook tijdens de oorlogsjaren bleef het gebouw als zodanig in gebruik. Met de komst van de Sicherheitsdienst (SD) naar Arnhem in 1941 werden er niet alleen vermeende misdadigers opgesloten, maar ook leden van het verzet.

De Sicherheitsdienst en de daaraan verbonden Sicherheitspolizei (SIPO) hielden zich vooral bezig met het opsporen, arresteren en hardhandig ondervragen van (joodse) onderduikers en het oprollen van verschillende verzetsgroepen. Daarbij werden soms ook informanten gebruikt. Als een verzetsman eenmaal in handen van medewerkers van de SD viel schuwden zij weinig middelen en methoden om hun slachtoffer aan het praten te krijgen.

 

De arrestatie van Eef Zwarts van 't Hemeldal te Oosterbeek


De SIPO was daarom kort na de bevrijding van dominee Frits Slomp en Henk Kruithof uit de Koepelgevangenis een onderzoek begonnen naar de identiteit van de overvallers. Beide mannen waren naar de villa 't Hemeldal in Oosterbeek gebracht. Dit rusthuis werd gebruikt als hoofdkwartier van de Gelderse afdeling van de Landelijke Knokploeg (LKP), dat na de overval op de gevangenis uit veiligheidsoverwegingen was verplaatst. Enkele documenten die waren gebruikt voor de bevrijdingsactie lagen er echter nog wel.[1]

Binnen twee weken wisten medewerkers van de SD waar ze moesten zoeken. Een gearresteerde onderduiker sloeg tijdens een van zijn verhoren door en noemde de naam van Eef Zwarts, de eigenaar van rusthuis 't Hemeldal.[2] Zwarts had de man aan een persoonsbewijs en bonkaarten geholpen. Hij werd dan ook gearresteerd. De auto die was gebruikt om Slomp en Kruithof naar Oosterbeek te brengen, werd door de Duitsers gevonden, net als instrumenten om valse persoonsbewijzen te maken.

Evert Boven, de leider van de Gelderse afdeling van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), die de schuilnaam Nico gebruikte, stelde LKP-leider Liepke "Bob" Scheepstra op de hoogte van de arrestatie van zijn oom Eef Zwarts. Het was van het grootste belang dat Zwarts zo snel mogelijk werd bevrijd, want hij wist vrijwel alles over de Koepelkraak, de organisatie van de LO en van de LKP. Scheepstra waarschuwde direct gevangenisonderwijzer Joop van Veldhoven, die niet alleen in de Koepelgevangenis werkzaam was, maar ook in het Huis van Bewaring. Van Veldhoven was een bekende informant van het verzet; hij verklaarde zich direct bereid om met Eef Zwarts te praten als hij werd overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Walburgstraat.[3]

Scheepstra formeerde intussen een nieuwe overvalgroep, bestaande uit LKP-leden uit Twente en de Betuwe. De groep uit de Betuwe stond onder leiding van Johannes van Zanten en zou de LKP groep uit Utrecht vervangen die aan de overval op de Koepelgevangenis had deelgenomen. In Oosterbeek en Wolfheze werd het plan voorbereid en bij Hendrika Spieksma-Schuiling aan het Eusebiusplein, alias 'tante Spiek', uitgewerkt.[4] Het was de bedoeling om naast Eef Zwarts ook andere verzetsmensen te bevrijden, waaronder Marinus Ackerstaff uit Dieren, die een drukkerij beheerde waar illegale kranten werden vervaardigd.

 

De eerste mislukte poging tot bevrijding op Tweede Pinksterdag 30 mei 1944


Op de avond van 30 mei 1944, Tweede Pinksterdag, werd de bevrijdingsactie uitgevoerd. Er zouden dan relatief weinig bewakers aanwezig zijn. De Betuwse groep van Johannes van Zanten, onder leiding van Joop Abbink en Bob Scheepstra, probeerde over de vier meter hoge buitenmuur aan de oostzijde van het Huis van Bewaring binnen te komen, terwijl de drie Twentse Knokploegleden Johannes ter Horst, Harrie Saathof en Geert Schoonman een poging waagden via een hek bij de Grote Markt. Een oplettende bewaker gooide bij deze poging roet in het eten toen Scheepstra een tweede ladder aan de binnenzijde van de gevangenismuur wilde laten zakken. Twee schoten misten rakelings het doel, maar betekenden wel het einde van de actie.

Hoewel alle overvallers wisten te ontkomen hadden de drie Twentse Knokploegleden pech. Hun auto werd bij het SS-kamp Avegoor door een Duitse patrouille tot stoppen gemaand. Chauffeur Schoonman remde af, maar gaf vol gas toen ze de patrouille vrijwel genaderd waren. Om verdere patrouilles te ontlopen overnachtten ze op het landgoed 'Beele' bij Voorst.

De volgende ochtend sloeg het noodlot toe. Het landgoed bleek gevorderd te zijn door de Duitsers, zo vertelde een boer hen. Het drietal besloot weg te rijden, maar werd al snel staande gehouden door een Duitse officier met een hond. Een korte schermutseling had tot gevolg dat zowel de Duitser als Saathof een beenwond opliep. Omdat de Duitse officier hen van dichtbij had gezien, schoot Schoonman hem nog een keer, dit maal in zijn hartstreek.[5] Het drietal wist te ontkomen en Saathof bij een dokter af te leveren.[6]

 

De tweede mislukte poging in de nacht van 4 op 5 juni 1944


Een tweede poging werd beraamd voor de nacht van 4 op 5 juni. Ditmaal hadden Scheepstra en Ter Horst met een bevriende politieagent gesproken, die hen het adres gaf van een bewaker die wel wilde meewerken. Het plan was om opnieuw het hek bij de Grote Markt over te klimmen, op het platte dak naast het Gerechtshof te gaan liggen, en dan op de binnenplaats de bewuste bewaker te treffen. De uitvoering werd opnieuw een grote teleurstelling. Op de binnenplaats hoorden ze dat de bewaking was verscherpt; er zat niets anders op dan ook de tweede poging op te geven.[7]

 

De derde mislukte poging op 7 juni 1944


Joop van Veldhoven, de gevangenisonderwijzer en bewaker die eerder informatie had doorgegeven, kwam met een derde plan voor een derde poging. Het huis van de directeur stond naast het Huis van Bewaring en vandaar uit kon men via een gang de gevangenis bereiken. Een van de verzetsmensen zou aanbellen en de directeur dwingen om de sleutels van de gevangenis te geven. Dit plan mislukte echter ook toen de als predikant vermomde Johannes ter Horst bij de directeurswoning aanbelde en van diens zoon vernam dat hij niet thuis was.[8]

 

De vierde geslaagde poging op zondagmiddag 11 juni 1944


Evert "Nico" Boven, de neef van Eef Zwarts, kwam met een nieuwe suggestie. Waarom zouden ze het niet overdag proberen? Op zondagmiddag 11 juni? Dan zou de directeur ongetwijfeld wel thuis zijn.[9]

Klaas Hoogeboom, een van de naaste medewerkers van Scheepstra, herinnerde zich later van de voorbereiding:

"Het is juist dat in Oosterbeek en Wolfheze voorbereidingen zijn getroffen voor de overvallen, maar op het contactadres in Arnhem werden de plannen uitgewerkt bij Tante Spiek. We hebben daar ook een vluchtroute geregeld als het mis zou gaan. En samen met mijn verloofde en de vrouw van Scheepstra hebben we op het duikadres in Arnhem boven boekhandel Rupp in de Koningstraat de 100 enveloppen met f 10,- en een bonkaart klaar gemaakt."[10]
De 100 enveloppen zouden worden uitgereikt aan de bevrijde gevangenen. Hiermee zouden zij ieder voor zich of in kleine groepjes buiten de stad begeven.

Er namen negen personen deel aan de vierde poging: Johannes ter Horst, verkleed als dominee, Petertje van de Hengel als zijn vrouw en zeven KP-leden in burgerkleding. Dit waren Joop Abbink uit Apeldoorn, Piet Alberts uit Enschede, Dick van Harten uit Wierden, Koos Michel uit Zwolle, Piet Niewold uit Apeldoorn en Geert Schoonman uit Zaandam. Bob Scheepstra bleef in de buurt om de situatie in de gaten te houden en maakte enkele foto's.[11]

De vierde poging had eindelijk succes; de directeur opende de deur en liet 'dominee Rademakers en zijn vrouw' binnen. Ter Horst trok een revolver terwijl de zeven andere verzetslieden ook binnenkwamen en de directeur dwongen om de sleutels van het Huis van Bewaring af te geven.[12]

 

Het verslag van Joop Abbink uit Apeldoorn


Joop Abbink was een van hen:

"Wij zijn allemaal het huis van de directeur binnengegaan. Koos en Dick van Harten hadden de opdracht om onmiddellijk door het huis te gaan naar boven en te controleren. (...) We droegen gewone kleding. Ik had ook een regenjas; die werd veel gedragen. (..) Ik ben toen in die portiersloge, dat was eigenlijk een kantoor en daar waren alle papieren, wat rond gaan snuffelen. Ik heb daar een lijst gezien van mensen die wasgoed brachten; maar geen papieren van waarde en toen ben ik snel naar binnen gegaan.

Het was de bedoeling dat ik samen met Petertje van den Hengel naar de vrouwenafdeling zou gaan; dat was boven. Ik dacht dat ik toen al een stel sleutels had. Die andere jongens liepen toen al op de omgang en ik zag ook de bewakers staan. Het gevangenispersoneel heeft zich eigenlijk onmiddellijk overgegeven. Ze moesten de sleutels naar beneden gooien en daar heb ik ook een bos van opgepakt; het waren er vijf maar ik heb er twee aan Piet gegeven.

En toen ging het dagverblijf open (daar waren geen bedden) en stonden er allemaal dames in négligé, en toen schrok ik verschrikkelijk want dat was in die tijd iets heel bijzonders; daar hoorde je als heer niet naar te kijken. Er was een hele groep daarbinnen. Petertje heeft toen verteld dat ze bevrijd waren, dat ze zich aan moesten kleden en naar beneden moesten gaan. Ze waren totaal overstuur en zonder uitzondering stortten ze zich de trap af en er is er niet één achtergebleven.

In tegenstelling tot de mannen, want toen wij weer beneden kwamen, hingen een heleboel van die knapen over de railing en stonden de zaak aan te kijken; de cellen waren opengegooid en ze kregen de kans om weg te gaan. En dan kwamen ze naar je toe van: "hebben jullie mijn persoonsbewijs?"

Er was ook een cel waar ontzettend op de deur werd gebonkt en die schreeuwden dat ze ook politieke gevangenen waren. Maar dat was niet aangegeven. Van Veldhoven (...) wist in welke cellen politieke gevangenen zaten."[13]

 

De ontsnapping van 54 gevangenen


De bevrijde gevangenen werden naar de woning van de directeur gebracht, waar ze van Scheepstra een envelop met daarin een bonnenkaart en f 10,- kregen. In groepjes van twee of drie gingen ze naar buiten en mengden zich onder de kerkgangers die uit de St. Eusebiuskerk kwamen.[14] Ook de overvallers maakten zich succesvol uit de voeten.

In totaal ontsnapten 56 politieke gevangenen (veelal verzetsmensen), van wie er acht vrij snel weer achter tralies werden gezet. De overigen bleken vrijwel allemaal spoorloos voor de SD.

Johan Sutterland was een van hen. Hij herinnerde zich na de oorlog "Ik heb voorzichtig over de railing gekeken. De directeur stond met de handen omhoog en toen dachten we: we zullen het maar gokken. Het was bijzonder spannend; ik voel nog de spanning dat ik in dat portaaltje stond."[15]

 

Verslag van de bevrijde Willem Dijckmeester


De 21-jarige theologiestudent Willem Dijckmeester en zijn vader, die burgemeester was geweest, zaten allebei vast in het Huis van Bewaring:

"Toen ik van de Utrechtseweg naar het Huis van Bewaring werd gebracht, heb ik gevraagd of ik in dezelfde cel als mijn vader kon, en toen kwam ik in de ziekencel (bij gebrek aan ruimte). Daar zaten 13 man. Heel verschillend van samenstelling. Er was een beroeps cavalerie-officier (ritmeester Bos), een bakker, nog een andere burgemeester [en], een missionaris (die was al vrijgelaten op het moment van de overval).

We hebben daar een hele bijzondere samenleving gehad. Er was een soort van discipline. In de loop van de ochtend werd een uur lang gezwegen. Iedere avond was er een religieuze dagsluiting. Ik was toen halverwege mijn theologische studie, dus dat moest ik dan maar doen. Ik heb drie zondagen de kerkdienst geleid (ik heb daar van 10 mei tot 11 juni gezeten), gezweet voor dat gezelschap van 13 mensen; ik heb die preken nog. Ook die zondagochtend ben ik nog voorgegaan in de cel.

We hadden inmiddels f 10,-, een bonkaart en een sigaar gekregen. Toen liep ik met mijn vader over het Eusebiusplein en hij is toen naar tantes van mij (zijn nichten) in de Parkstraat gegaan en daar ondergedoken. En ik ben naar mijn zuster gegaan in de Huygenslaan en toen ben ik even verder aan die laan liefderijk opgenomen bij de familie Josselin de Jong. Ik kreeg een vals persoonsbewijs en ging verder als Wouter Dooier door het leven.

Na een aantal weken ben ik naar Het Gooi gefietst en ondergedoken en in een ondergrondse groepering terecht gekomen. Bob Scheepstra heeft de overval geleid. Hij heeft de Militaire Willemsorde, en bij de inhuldiging van Juliana op het bordes was hij een van de topfiguren die het vaandel mocht dragen."[16]

 

De grootst geslaagde overval van het Nederlandse verzet


De overval op het Arnhemse Huis van Bewaring is nog altijd de grootst geslaagde bevrijdingsactie van gevangenen uit een gevangenis in de Nederlandse geschiedenis. Met dank aan Peter Dijkerman en Cor Janse.

johannes op de fiets

Nog eens de foto van Johannes.

Ik heb me afgevraagd hoe hij aan zo'n fraaie fiets kwam in 1944?

johannes bevrijd

Ook een foto van na de overval door Liepke Scheepstra genomen.

Hier wordt de oudste van de bevrijde verzetsmensen door twee anderen begeleid

uit het gekraakte Huis van Bewaring te Arnhem.

Het is Hendrica Wijnbers, toen 65 jaar oud.


[1] J. Hof, De dubbele slag in Arnhem. De KP-kraken van de Koepel en het Huis van Bewaring (Baarn 2004), 77.
[2] De naam van deze onderduiker is niet bekend.
[3] J. van Hulzen en A. Goede, 'Gevangenisdeuren zwaaien open deel IV', De Zwerver, 19 juli 1947.
[4] C. Janse, Blik Omhoog. 1940-1945. Wolfheze en de Zuid-Veluwe in oorlogstijd (Duiven 2000), 337. Tante Spiek kwam uit Winterswijk en had nauw samen gewerkt met dominee Slomp.
[5] Deze Duitser was Richard Singenstreu, een Rijksduitser. Enkele dagen later werd hij in Arnhem begraven in het bijzijn van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en de Generalkommissar für das Sicherheitswesen en tevens Höhere SS-und Polizeiführer Hans Albin Rauter.
[6] Hof, De dubbele slag in Arnhem, 83-92
[7] Van Hulzen en Goede, 'Gevangenisdeuren zwaaien open deel VI', De Zwerver, 2 augustus 1947.
[8] Ibidem.
[9] Hof, De dubbele slag in Arnhem, 99
[10] Geciteerd uit C. Janse, Blik Omhoog. 1940-1945. Wolfheze en de Zuid-Veluwe in oorlogstijd (Duiven 2000), 337.
[11] Janse, Blik Omhoog, 337.
[12] Ibidem.
[13] Geciteerd uit C. Janse, Blik Omhoog. 1940-1945. Wolfheze en de Zuid-Veluwe in oorlogstijd (Duiven 2000), 337.
[14] Janse, Blik Omhoog, 337.
[15] Geciteerd uit C. Janse, Blik Omhoog. 1940-1945. Wolfheze en de Zuid-Veluwe in oorlogstijd (Duiven 2000), 1290.
[16] Geciteerd uit C. Janse, Blik Omhoog. 1940-1945. Wolfheze en de Zuid-Veluwe in oorlogstijd (Duiven 2000), 1287.



DE OORLOG IN BEELD: HOE ERG HET WAS!
verzet

"Neen!"


Driemaal heeft heel het raderwerk stilgestaan, omdat die machtige gekruiste armen het wilden.

25 en 26 februari 1941 - Algemene staking te Amsterdam en in nog enige plaatsen van Noord-Holland, in hoofdzaak gericht tegen de beginnende Jodenvervolging.

29 april-begin mei 1943 - Geweldige stakingen in vrijwel heel Nederland, na de aankondiging, dat alle leden van de Nederlandse weermacht 'opnieuw in krijgsgevangenschap zouden worden weggevoerd."Nooit tijdens de bezettingsjaren is de geestdrift voor de vrijheid, ja het gevoel van vrijheid sterker en doeper geweest dan tijdens deze 'mei-opstand'.

18 september 1944 - De spoorwegstaking begint, op bevel van de regering; zij zou vrijwel ongebroken, duren tot het uur van de bevrijding.

Wilt u naar het volgende hoofdstuk 10: Klik dan op Overval Zutphen.

Links ivm Johannes ter Horst:

artikel in nd over johannes

interview over johannes


anton reedijk uit rotterdam

reinder spriensma uit ureterp

lammert huizing uit sellingerbeetse

roelof blokzijl (in English)

 

 

 

Bezettingstijd in Amersfoort


inleiding oorlogstijd in a'foort
oorlogstijd in amersfoort dl1
oorlogstijd in amersfoort dl2
oorlogstijd in amersfoort dl3
oorlogstijd in amersfoort dl4
oorlogstijd in amersfoort dl5

oorlogstijd in amersfoort dl6

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere links:

 

De invloed van de bijbel
op Nederlandse cultuur


Gedichten
met kort commentaar



 Enschede in 40-45

beheer