Hoofdstuk 20

JOHANNES TER HORST GEARRESTEERD EN GEFUSILLEERD


Inleiding


Johannes ter Horst was een dapper verzetsman. Zijn vrouw Minie vertelde me dat hij geen angst kende. Daarom kon hij anderen meenemen tot grote daden, zoals bevrijdingen uit zwaar bewaakte gevangenissen in Almelo, Arnhem en Zutphen. Hij bleef nooit op afstand staan om anderen de gloeiende kastanjes uit het vuur te laten halen.

Hij ging vooraan in de strijd. Daarvan zingt het Wilhelmus: Dat ik toch vroom mag blijven. Vroom betekent hier strijdvaardig vanuit het geloof. Het woord hangt samen met het latijnse primus, dat eerste of voorste betekent. Als ik het zesde vers van ons volkslied zing moet ik altijd aan Johannes denken. Hij was de dappere vanuit zijn gereformeerde, christelijke geloof.

Van meet af was Johannes leider van de KP-Enschede. Dat kwam mede door zijn onverschrokkenheid. Dat was als het ware zijn handelsmerk.

Coen Hilbrink zegt daarover in zijn dissertatie 'De illegalen':

"Zijn gezag is binnen de Twentse Knokploegen in augustus 1944 onomstreden, waarvoor weliswaar in de eerste plaats zijn benoeming door de landelijke LKP-Top verantwoordelijk is, maar daarnaast zeker in niet mindere mate zijn indrukwekkende persoonlijkheid.

In talloze kritieke situaties bewijst hij te beschikken over een uitzonderlijke koelbloedigheid, die op zijn jongere medewerkers een diepe indruk maakt.
"

Vele malen had hij daarmee succes en troefde hij de vijand af. Daardoor heeft hij voor het verzet in zijn geboorteplaats Enschede, in Twente en in andere delen van ons land heel veel betekend. Niet voor niets deed de leider van de landelijke KP's, Liepke Scheepstra, graag een beroep op Johannes.

Reconstructie van de arrestatie van Johannes


Hieronder vindt u het uitvoerige verslag, een reconstructie op basis van getuigen en processen-verbaal, van de arrestatie van Johannes, zoals dat beschreven is in het digitale boek van Gejo Alberts: Blonde Piet. Hij maakt daarbij vooral gebruik van de boeken van T. Wiegman en van Coen Hilbrink.

'Blonde Piet' is het verhaal over het leven van zijn vader, de verzetsstrijder Piet Alberts, de vriend en naaste medewerker van Johannes ter Horst. Gejo's naam is een samenvoeging van Geert (Schoonman) en Johannes (ter Horst). Beiden zijn omgekomen vrienden van Piet.

Ik wil hier nog wel een opmerking bij maken. Wat volgt heeft gedeeltelijk het karakter van een reconstructie, niet alleen gegrond op de feiten, maar ook op verklaringen van de beulen, suggesties, inkleuren van lege plekken enz.

De waarschijnlijkheidselementen komen niet alleen bij Gejo vandaan. Ook Coen Hilbrink ontkomt er niet aan. Hij gaat zelfs zover dat hij spreekt over grove onvoorzichtigheid (p. 174).

In hoofdstuk 23 probeer ik aan te tonen dat Gejo en Coen te snel oordelen op grond van alleen Duitse verklaringen. Volstrekt onbetrouwbaar. Verderop in dit hoofdstuk staat een letterlijk verhoorverslag van Adolf Becker. Hij schoot Roelof dood. Schöber fusilleerde Johannes. De Duitse SD'ers waren er na de bevrijding op uit om zo snel mogelijk op vrije voeten te komen. Zo misdadig hun acties vaak waren zo waren ook hun naoorlogse verklaringen.

Johannes' goede naam is daardoor beschadigd: grove onvoorzichtigheid. Op grond van verklaringen van SD'ers!

Feiten en fantasieën over de arrestatie van Johannes ter Horst

 

De arrestatie


Het is vrijdagmiddag 22 september te omstreeks half zes wanneer Johannes het hoofdkwartier van de Twentse KP Lidwina, verlaat. Johannes is in het bezit van een motor van het merk DKW , die hij gestolen had uit een opslagplaats van de Duitsers aan de Borstelweg in Enschede. Hij rijdt graag op deze motor.

DKW

Hier ziet u mijn schoonvader in 1941
op eenzelfde type DKW als waarvan Johannes gebruik maakte.

Deze DKW 'verdronk' in z'n schuilplaats
bij de inundatie van Walcheren, najaar 1944.


Niet duidelijk is waar hij naar toe gaat. Er wordt gezegd dat hij naar een vergadering gaat en verder om onder meer in Almelo een bij een spoorwegsabotage gewond geraakte KP'er te bezoeken. Omdat het al zo laat is, besluit Johannes op de motor te gaan.

Op het hoofdkwartier zijn er enige personen die hem zeggen dat het gevaarlijk is om op dat tijdstip met de motor naar Almelo te gaan. Er zijn strenge controles mede door de vele sabotageacties van de afgelopen weken.

Vanuit Lidwina rijdt hij vervolgens over de Bornsestraat, in de richting van het centrum van Almelo. Tegen zes uur rijdt hij, een stukje voor het gebouw van de SD, aan de Bornsestraat 98. Daar is de Feldgendarmerie juist bezig met een controle van motorvoertuigen. Johannes besluit niet te keren. Dit zou argwaan opwekken. Hij besluit gebruik te maken van zijn overredingskracht om ongeschonden door deze controle te komen. Dat was hem al zo vaak gelukt. Waarom deze keer dan niet?

Van één van de soldaten van de Feldgendarmerie, krijgt hij dan ook een stopteken, waaraan hij gevolg geeft. De Duitser vraagt dan: "Ausweis und papieren für den Motor bitte!' Johannes geeft zijn "Ausweis" en deelt verder mede dat hij de papieren voor de motor niet bij zich heeft. "Dann können Sie nicht weiterfahren! Der Motor wird inbeschlag genommen!"

Johannes, overtuigd van zijn overredingskracht, protesteert hevig en wil zijn motor niet afgeven. De Duitse soldaat wil echter niet van gedachten veranderen en zegt dan tegen Johannes: "Wenn Sie nicht einverstanden sind, gehen Sie zu den Chef!", daarbij wijzend op het gebouw van de SD.

Tot zover is er voor Johannes eigenlijk niets aan de hand. Hij heeft zijn Personalsausweis teruggekregen en kan zo te voet verder gaan. Toch doet hij dat niet. Hij is zo geprikkeld door het feit dat hem zijn motor afgenomen werd door het eerste beste Duitse soldaatje, dat hij eigenlijk zonder over de eventuele gevolgen voor hem en anderen na te denken, in grote stappen op het aangewezen gebouw toeloopt en naar binnen wil gaan.

Bij de ingang wordt hij andermaal tegengehouden door een aldaar aanwezige schildwacht. Deze vraagt: " Hallo! Wo wollen Sie hin?" "Ich will den Commandant sprechen!" zegt Johannes en loopt daarbij gewoon door. De schildwacht pikt dit niet en zet Johannes tegen de muur om hem te fouilleren.

Johannes ziet dan in dat hij op dat moment in het hol van de leeuw zit en op het punt staat om gearresteerd te worden. Hij moet daar weg, want bij een arrestatie en fouillering zal aan het licht komen dat hij een pistool bij zich heeft. Daarom pakt hij het pistool en schiet op de schildwacht die voor hem staat. (Het is onduidelijk of het hier om een schildwacht gaat of een hoge officier, die hij neergeschoten heeft.)

Daarna rent hij het gebouw uit. Om aan de soldaten te ontkomen, die op straat met de controle bezig zijn, springt hij over de heg van de buren en rent daarna de straat op. Op dat moment komt er juist een persoon aangefietst. Hij duwt deze persoon van de fiets en gaat er zelf op vandoor. Van de Bornsestraat gaat hij de Windslaan in en fietst deze helemaal uit.

Johannes bemerkt dan dat de Duitsers achter hem aanzitten. Zowel met een motor als een auto. Dus ontsnappen op een fiets lijkt dan onmogelijk. Daarom springt hij van de fiets en rent via de Hofkamp, een onbebouwd terrein achter de Bornsestraat op. Al rennend schiet hij af en toe met zijn pistool in de richting van de Duitsers.

Uiteindelijk wordt hij daar door zijn achtervolgers in een been geschoten. Toch geeft hij het nog niet op en blijft doorrennen en af en toe schieten. Op een klein zandweggetje gekomen, wordt hij door de Duitsers ingehaald en wordt hij gegrepen.

Door de Duitsers, die ook geëmotioneerd zijn doordat een van hen door deze "terrorist" werd neergeschoten, wordt hij getrapt en geslagen. Met geweld wordt hij de auto ingeduwd en vervolgens naar eerder genoemde Dienststelle van de SD gebracht.

Hetgeen zich afspeelde in de omgeving van de Bornsestraat met betrekking tot de arrestatie van Johannes, gaat als een lopend vuurtje door de stad. Verzetsmensen in Almelo horen ook van deze arrestatie en het signalement dat van de persoon wordt gegeven, zijnde een man op een motor, gekleed in een lange leren jas, doet het vermoeden al rijzen dat het hier wel eens om Johannes zou kunnen gaan.

Vervoer naar het ziekenhuis


Vóórdat een verhoor plaats kan vinden, moet Johannes eerst in het ziekenhuis behandeld worden. De Duitse autoriteiten van de S.D. hebben een vermoeden dat zij "een grote vis" van het verzet te pakken hebben. Om, tijdens het overbrengen naar het ziekenhuis, een bevrijdingsactie tegen te gaan, worden in Almelo, zeer veel Duitse eenheden van de Grüne Polizei en de SD de straat opgestuurd. Tegen zeven uur, wagen de mensen van de S.D. het er op om Johannes naar het ziekenhuis in Almelo te brengen. Nadat de schotwond behandeld is wordt hij te omstreeks acht uur, in de avond, weer naar de Dienststelle van de SD gebracht.

Een Almelose politieman die op de Hofkamp van het een en ander getuige is, gaat op onderzoek uit, om er achter te komen, wie die gearresteerde man kan zijn. Hij vraagt zijn contact Herman Hoften, wie die gewonde verzetsman kan zijn. Herman zegt toe dit uit te zoeken.

Poging tot bevrijding


Dan belt Herman Hoften van de KP-Almelo naar hoofdkwartier Lidwina te Zenderen en vraagt of er iemand op de motor is vertrokken met een lange leren jas. Wat Herman al vermoedde, blijkt waarheid te zijn. Aan de andere zijde van de telefoon zegt een man tegen Herman dat Johannes enige uren geleden op zijn motor naar Almelo vertrokken is.

Waar de Duitsers bang voor zijn, de bevrijding van hun arrestant, lheeft inderdaad een gegronde reden, want het verzet vindt dat Johannes bevrijd móet! worden.

Johannes, die zelf zo vaak met risico voor zijn eigen leven mensen had bevrijd, is een actie méér dan waard. Maar de belangrijkste reden om Johannes te bevrijden is wel het risico voor de illegaliteit, dat wanneer Johannes in de handen van de Duitsers blijft, de mogelijkheid zeer wel aanwezig zal zijn dat hij doorslaat. Hij weet alles van namen, adressen tot organisatiestructuren.

Diezelfde nacht nog gaan er mannen op pad om te kijken of een bevrijdingsactie mogelijk is. Ze weten waar Johannes verblijft. In het gebouw van de SD aan de Bornsestraat. Maar al snel komen de mannen die de voorverkenning hebben gedaan, teleurgesteld terug met de mededeling: "De hele stad zit vol met SS-troepen, die er gelegerd zijn en eenheden Duitse parachutisten en het hoofdkwartier wordt zelf bewaakt door SS- en Grüne Polizei." Een bevrijdingsactie wordt daarom afgeblazen, omdat dit op een zelfmoordactie uit zou lopen en verder niets op zou leveren.

De mannen beraden zich op Lidwina hoe het nu verder moet en welke maatregelen ze moeten nemen. Met de ontruiming van Lidwina zijn ze, in ieder geval al begonnen. Zo was het afgesproken en zo gebeurt het nu ook. Binnen 24 uur moet alles verdwenen zijn. Dit is nog een hele klus. Wapens, munitie, papieren documenten, zendapparatuur, alles moet weg.

Ook Piet Alberts en Harry Saathof van de KP-Enschede, helpen mee met ontruimen en wanneer dit nagenoeg gedaan is, vertrekken ze richting Enschede. Ze zijn zeer onzeker. Hun grote leider en voorbeeld, rots in de branding is opgepakt. Wanneer hij doorslaat lopen Piet en Harry ook gevaar. Dus kunnen zij niet naar huis.

Verhoor van Johannes


Johannes was in het bezit van een pistool, Dat valt door hem niet meer te ontkennen. Het Ausweis dat Johannes bij zich heeft staat gewoon op zijn naam: Johannes ter Horst, Bloemendaalstraat 36 te Enschede, Beroep: Grenscommies. Dit persoonsbewijs is vals of vervalst, maar de SD heeft dit niet in de gaten.

Het verhoor begint.
"Sigaretje?"
Er wordt eerst rustig op Johannes ingepraat, zoals vertel maar wie je bent, wat je doet en bij welke organisatie je behoort en waar deze is gevestigd. Johannes weet, dat hij 24 uur zijn mond moet houden om de ontruiming van het hoofdkwartier mogelijk te maken. Ook de SD-mensen weten dat wanneer zij de eerste tijd niets uit deze arrestant krijgen, de kans steeds kleiner wordt om munt uit de door hen verkregen informatie te slaan.

Er wordt gesuggereerd in het verhoor van Schöber, toenmalig chef SD te Enschede, dat na de oorlog plaatsvond, dat Johannes in het bezit was van tientallen getypte berichten bestemd voor het hoofdkwartier met daarop namen, waarmee zij vervolgens aan de slag konden. Dit zou mogelijk kunnen zijn, maar kan ook verbloemen dat de informatie op een heel andere manier verkregen is, namelijk door de arrestant te martelen.

Onwaarschijnlijk lijkt het ook, dat de Leider van de KP zelf berichten wegbrengt naar, ja naar wie? Hij komt van het hoofdkwartier en de berichten zijn bestemd voor het hoofdkwartier. Trouwens de berichten werden, na de opgedane slechte ervaringen uitsluitend verstuurd via koeriersters. Meestal waren dit jonge vrouwen, die in het geheel niet opvielen.

Wanneer de mensen van de SD, die het verhoor doen, niet verder komen met hun arrestant, besluiten ze het maar op een andere manier te proberen.
"Wanneer je niet luisteren wilt en wilt vertellen wie je bent en tot welke groep je behoort, moeten wij methoden gebruiken die zeer pijnlijk zijn. Het zal zoveel pijn doen dat je vanzelf begint te praten", zegt een SD-man.

Johannes houdt zijn mond.
Dan begint de vreselijke mishandeling. Een van de medewerkers pakt een tang en anderen houden Johannes in bedwang. Met een ruk wordt de eerste nagel uit een van zijn vingers getrokken. Johannes gilt van pijn, schreeuwt het uit, maar houdt zijn mond. Dan volgt de volgende nagel. Nadat bijna alle nagels uitgetrokken zijn en hij daarbij ook nog vuistslagen in het gezicht krijgt, waarbij de tanden door zijn lippen worden geslagen en Johannes geen benul van tijd meer heeft, omdat de verhoren de hele nacht doorgaan, probeert hij zijn situatie op een rij te zetten.

Met alle krachtsinspanning probeert hij de dingen op een rij te zetten.
Hij denkt: "Ik houd dit zo niet langer. Ik moet een oplossing zoeken, om de Duitsers tevreden te stellen!"

Tussenstand (door de schrijver van deze site)

We zitten nu in een cruciale fase van het verslag. Heeft Johannes wat gezegd? Is er op hem een briefje gevonden? We weten het niet. Het is een kwestie van gissen.

Wat nu volgt is een reconstructie van Gejo. Daarin zit heel wat fantasie. Ik neem het op omdat het een beeld geeft van hoe je op grond van een SD-verhaal tot een verkeerde invulling en conclusie kunt komen.

Het ligt allerminst in de lijn van Johannes dat hij namen noemt van verzetsvrienden en dat hij briefjes bij zich draagt voor het hoofdkwartier. Hij is zelf de baas immers van dat hoofdkwartier.

We weten niet precies wat er is gebeurd. Er staan maar een paar feiten vast: Johannes is gearresteerd. Daar waren alleen Duitsers bij. Hij is verhoord en gemarteld. Daar waren Schöber en Becker bij. Hij is samen met Roelof Blokzijl door Schöber en Becker doodgeschoten. Deze drie zaken staan als enige vast. Meer weten we eigenlijk niet. Dit is mijn stellingname die ik na bestudering van alle mij beschikbare gegevens handhaaf. (Zie ook hoofdstuk 23).

Dr. Coen Hilbrink veronderstelt dat er een briefje bij Johannes is gevonden met enkele namen. Adolf Becker heeft het in zijn verhoor als getuige van zijn chef Schöber, vier jaar na dato, over een tiental getypte briefjes met mededelingen voor het hoofdkwartier van de KP

Wat na de oorlog door de SD'ers is verklaard, hoeft ook helemaal niet waar te zijn. Ze zullen de martelingen ten koste van alles hebben willen verdonkeremanen.

We volgen nu het reconstructieverhaal van Gejo verder. Let wel geen feitenrelaas, maar een reconstructie die vol zit met fantasie-elementen.

Vervolg reconstructie van Gejo


Koortsachtig laat hij zijn gedachten gaan.
"Wat kan ik zeggen en wat beslist niet? Eh... Blokzijl, die is ondergedoken. Hij is beslist niet op zijn schuiladres, omdat dat al verraden is…. Wanneer de Duitsers daar een inval doen en Blokzijl niet vinden, is iedereen binnen de LO en de KP gewaarschuwd. Verder geef ik het adres van Lancker in Hellendoorn. Hij is daar ook niet meer omdat Lancker ook ondergedoken is. Zo doe ik het! Met mij is het toch gedaan, maar ik moet de 24 uur doorkomen, zodat iedereen gealarmeerd is!"

Zo zal het ongeveer gegaan zijn en niet zoals Schöber in de verhoren doet voorkomen dat Johannes direct is begonnen met praten, omdat hij door de mand gevallen is. Hij houdt ook vol dat zijn beroep Grenscommies is. Kenden de mannen van de SD de namen van Blokzijl en Lancker voor die tijd al en noemden zij deze namen aan Johannes? Dat is niet zeker. Blokzijl werd gezocht door de SD.

Op de vraag hoe Johannes aan het pistool is gekomen antwoordt hij dat hij dit wapen van Blokzijl heeft gekregen. Johannes doet dus voorkomen dat hij werkt voor deze Blokzijl. Uiteindelijk geeft hij ook toe dat de verzetgroep, waartoe hij behoort een duiker bij Usselo heeft opgeblazen, maar ontkent dat hij of Blokzijl daarbij aanwezig zijn geweest.

SD Enschede krijgt bericht


Het is omstreeks tien uur in de avond, wanneer iemand van het "Kronenbergerkommando" naar de Postenführer van de Enschedese SD belt. Deze laatste is de Sturmführer Karl Schöber. Het gesprek tussen deze twee zal als volgt geweest zijn: "Hallo, Karl. Luister! Wij hebben hier in Almelo een persoon gearresteerd, die met een pistool bewapend was. Hij wilde vluchten, maar hij kwam niet ver. We zijn hem aan het verhoren en er komen een paar zeer interessante personen naar voren. Mogelijk kunnen we een hele terroristengroep oprollen!"
Schöber: "Dat is interessant. Ik kom direct naar jullie toe en dan praten wij verder!"

Schöber en Kriminal-assistent Adolf Becker stappen in hun auto en rijden naar Almelo. Becker is door de Hauptsturmführer Thomsen, leider van de Aussenstelle van de Sicherheitspolizei te Arnhem, speciaal voor onderzoeken aangaande de illegaliteit van Arnhem naar Enschede overgeplaatst. Tegen 22.45 uur komen Schöber en Becker aan bij het gebouw van de SD te Almelo. Daar komen zij met Kronenberger overeen, dat ze de volgende ochtend vroeg een actie zullen ondernemen, waarbij de Almelose SD zal pogen Lancker in Nijverdal te arresteren, en Schöber en de zijnen hetzelfde zullen ondernemen ten aanzien van Blokzijl in Enschede.

Becker, die in Johannes een zeer interessant persoon ziet om een onderzoek op te starten, is er zeker van dat hij via Johannes veel meer te weten kan komen over de illegaliteit. Daarom probeert hij Johannes mee naar Enschede te krijgen, maar dat wordt hem door Kronenberger geweigerd. Dan wil Becker in ieder geval de processenverbaal van verhoor inzien om zich een beeld te vormen. Ook dit wordt hem geweigerd. Hierna rijden Schöber en Becker, ietwat ontevreden terug naar Enschede. In Almelo hebben ze een Enschedeër te pakken en kunnen nu niet verder. Ze zijn afhankelijk van de SD in Almelo.

Actie in Almelo


Zoals afgesproken wordt terzelfder tijd als de inval bij Blokzijl, door het Kronenbergkommando, een inval gedaan bij de weduwe Bakker, wonende aan de Ommerweg 24 te Hellendoorn. Wat al door Johannes verwacht werd, is "Evert" kapitein Lancker niet thuis. Helaas is zijn verloofde Ria Hermans wel aanwezig.

Te omstreeks 08.00 uur, na het verhoor met Blokzijl, dat tot dan niets opgeleverd heeft, belt Becker naar Kronberger in Almelo, om te horen hoe de actie in Hellendoorn is verlopen. Het Kommando blijkt nog niet terug te zijn.

Johannes wordt naar Enschede overgebracht


Na enige aarzelingen, stemt Kronenberger uiteindelijk toe dat Johannes meegaat naar Enschede. In Almelo zijn ze klaar met hem.

Becker neemt dan de gewonde Johannes ter Horst met hem in de auto mee naar Enschede, alwaar ze te omstreeks 15.30 uur aankomen. Op de SD-Dienststelle aangekomen laat hij eerst het schotwond van Ter Horst verbinden en brengt hem vervolgens naar de kamer waar Blokzijl zit opgesloten.

Deze confrontatie brengt de Kriminalassistent niet verder. De verklaringen die Ter Horst en Blokzijl afgeven, brengen Becker tot wanhoop. Blokzijl ziet ook dat Johannes zwaar mishandeld is. Blokzijl zelf denkt dat wat die "beesten in Almelo" gedaan hebben, in Enschede niet zal gebeuren. Blokzijl is tot op dat moment netjes behandeld. Becker heeft al veel meegemaakt, maar hij kan uit deze personen niet de gewenste informatie krijgen. De hele dag moet hij luisteren naar zijn geloof en zijn geloofsovertuiging.

Als laatste poging laat hij twee NSB'ers, onder wie Mensink, bij Blokzijl in de cel, om hem te ontmaskeren. Mensink zegt tegen hem:
"Je hoeft je niet langer te verschuilen. We weten wie je bent. Ik ken jou en weet wat je doet!"
"Dan hoef je ook niet meer te vragen als je het al weet. Ik weet ook wat jij doet en je straf zul je er voor krijgen!" zegt Blokzijl.

Na deze laatste poging wordt Becker uiteindelijk gedwongen om zijn chef Schöber mede te delen dat hij niet verder komt in dit onderzoek. Dan belt Schöber persoonlijk zijn chef Thomsen in Arnhem.
Schöber. "Wij hebben hier twee vooraanstaande figuren van het verzet te pakken, alleen krijgen wij niet de juiste informatie om het hele verzet in Enschede op te rollen. Kunt u het eens proberen? Misschien hebt u meer mogelijkheden".
Thomsen."Luister eens. Ik heb op het moment genoeg aan mijn hoofd. De vijand dreigt Arnhem in te nemen en dan kom jij met zoiets. Ik beveel om die twee nog vanavond dood te schieten. Is dat begrepen?"
Schöber: "Tot uw orders!"
Dit is dus het doodsoordeel voor zowel Johannes ter Horst als Roelof Blokzijl. Andere mogelijkheden zijn er niet.

Hopen zij nog op een bevrijdingsactie, van hun kameraden? Waarschijnlijk wel. Johannes heeft zelf zo vaak de kolen voor anderen uit het vuur gehaald.

Het doodsoordeel


Schöber gaat vervolgens persoonlijk naar Ter Horst en Blokzijl en zegt hun aan dat ze nog dezelfde avond gefusilleerd zullen worden.

Johannes reageert gelaten. Hij heeft er al rekening mee gehouden dat zijn leven teneinde is, wanneer hij niet bevrijd zal worden. Blokzijl, die er nog niet vanuit is gegaan dat hij zijn arrestatie met zijn leven moet bekopen, zegt tegen Schöber:
"Mijn God, dat doen jullie Duitsers toch niet?

Aan hen die vallen


In het Geuzenliedboek staan ontroerende gedichten met groot inlevingsvermogen voor de verzetsstrijders die een dood door executie te wachten staat.

Ook ontroerende gebeden. Daarvan is Aan hen die vallen een goed voorbeeld.

Ik heb dit vers ook opgenomen in het hoofdstuk over Roelof. Het is zeker op hen van toepassing. Beiden verwachtten hun redding van hun Heiland en Koning Christus.

Hoe zullen ze elkaar getroost hebben op weg naar de executieplaats? Alleen God weet het.

Aan hen die vallen


Blijf bij hen, Heer, haast daalt de donk're nacht;
diep wordt het duister, wees hun trouwe wacht,
als - machteloos - vrienden wijken ver van hen;
O Gij, die helpen kunt, blijf hun nabij.

Snel ebt hun jonge leven naar den dood;
vreugde gaat onder - kil in 't avondrood;
verderf en ondergang staan aan hun zij;
Gij, Onverganklijke, blijf hun nabij!

Heer, draag hen door Uw tegenwoordigheid!
Uw arm verwinn' den Booze in den strijd;
Wie is een Gids, een Helper, Heer als Gij?
Gij blijft dezelfde Heer, blijf hun nabij.

Geen vijand duchten zij, door Uwe kracht.
Gij droogt hun tranen, stilt hun bitt're klacht.
Waar is, o dood, uw prikkel, waar uw eer?
Meer dan verwinnaar zijn zij in den Heer.

Houdt Gij Uw kruis hoog voor hun brekend oog,
een lichtend teeken, wijzend naar omhoog.
Schaduwen vliên; Gods eeuwig licht daagt blij;
In sterven, stervensnood, blijf hun nabij.

2 October 1943

Johannes ter Horst en Roelof Blokzijl gefusilleerd


Het is 22.00 uur. Schöber en Becker halen Roelof Blokzijl en Johannes ter Horst uit hun cel.
"Het is tijd. Jullie weten wel wat er te gebeuren staat!", zegt Schöber.
Inderdaad begrijpen beiden dat ze nog maar kort te leven hebben. Het enige dat hun nog kan steunen is hun gezamenlijke God. Zij doen een gebed en zwijgzaam rijdt de auto, vanaf het gebouw van de SD, via de Haaksbergerstraat, buitenwaarts. Bij de tweede duiker, komende vanuit de stad wordt gestopt.

Johannes kent deze plaats. Hij en zijn KP-ploeg hadden geprobeerd deze duiker op te blazen om zo de Duitsers het transport van en naar Enschede te bemoeilijken. Deze sabotageactie was slechts ten dele gelukt.

Johannes en Roelof moeten uitstappen en in de berm naast elkaar gaan staan. Vervolgens halen Becker en Schöber hun pistolen tevoorschijn en richten die op beide mannen. Er valt niet veel meer te zeggen.

In een flits gaan hun gedachten terug naar hun geliefden. Er is geen hoop meer op redding. Het is op aarde nu voorbij. Ze weten dat de hemel hen wacht: ze kennen hun Heiland.

Zowel Johannes als Roelof zijn ter plaatse doodgeschoten.

De lichamen worden gevonden


Het is zondag de 24e september te 09.00 uur wanneer Lambertus Borske wonende aan de Spoordijkstraat 80 in Enschede bij de politie kennis geeft, dat nabij genoemde duiker twee lijken aan de weg liggen. Vermoedelijk Nederlanders.

De wachtcommandant geeft bericht aan hoofdinspecteur Van de Wal. Deze geeft opdracht dat de rechercheurs Van Veen en Van Gendt ter plaatse gaan kijken. Ook de Kapitein Korpschef Berends krijgt bericht. Deze zal er persoonlijk heengaan.

Te omstreeks 09.30 uur komt de politie ter plaatse. Onder hen is ook de Korpschef Berends. De NSB politiecommandant neemt contact op met de SD te Enschede om te vragen of zij meer weten van deze lijken. Berends krijgt te horen dat het hier gaat om twee terroristen die door de SD zijn doodgeschoten. Onder andere omdat zij de duiker, waarop zij liggen, gepoogd hadden op te blazen. Tevens krijgt Berends de namen van deze twee lijken. Roelof Blokzijl, geboren te Ambt Hardenberg, 13 juli 1888, winkelier in manufacturen, wonende Lipperkerkstraat 265 te Enschede en Johannes ter Horst, geboren te Enschede, 1 april 1913, grenscommies, wonende Bloemendaalstraat 36 te Enschede.

Na dit gehoord te hebben doet Berends geen verder onderzoek meer en laat de lijken naar het mortuarium van het ziekenhuis brengen. Het wordt door de SD verboden om de lijken te tonen aan familie en of andere personen. Temeer omdat Johannes uiterlijke tekenen van zware mishandeling vertoont.

Het is inmiddels ongeveer 10.00 uur geworden. Voor de vermelding in het dagrapport krijgt de wachtcommandant van politie om 11.30 uur van de kapitein Korpschef nog de volgende informatie door:
"Beiden zijn ter plaatse van vinding "standrechtelijk berecht". De lijken zijn vrijgegeven en naar Ziekenzorg overgebracht. Slothouder heeft de families in kennis gesteld. De meldingen zijn verricht door de telexiste".

Uit het bovengenoemde kan worden opgemaakt dat Korpschef Berends over dit voorval contact heeft gehad met de Sicherheits Dienst, die hem in kennis heeft gesteld van het gebeurde. Berends spreekt namelijk niet over een "moord" maar over een "berechting". Hij laat ook geen sporenonderzoek naar "daders" doen. De lijken worden direct vrijgegeven en naar het ziekenhuis overgebracht. Daarmee is de zaak voor hem kennelijk afgesloten.

De familie krijgt bericht


Het is omstreeks 08.15 uur, wanneer de ouders van Johannes naar de Gereformeerde kerk aan de Haaksbergerstraat lopen. Moeder ter Horst geeft aan vader Ter Horst te kennen, dat de mensen nogal vreemd doen en legt direct een verband met Johannes:
"Er zal toch niets met Johannes gebeurd zijn?" zegt zij. Vader wordt boos en wil daar niets van weten. Om 10.00 uur zijn de ouders van Johannes weer thuis. Dan komt dokter Kok bij hen aan de deur.
"Ik moet u mededelen dat uw zoon Johannes afgelopen nacht om het leven is gekomen. De details weet ik niet. Ik kan u alleen dit bericht overbrengen", zegt de dokter.

Zo vaak zijn de ouders al bang geweest dat er iets met Johannes zou gebeuren. Nu is het dan toch zover. Groot verdriet is er in het gezin Ter Horst.
Moeder: "Dokter, mogen wij Johannes zien?"
"Dat is door de SD verboden. Er mag niemand bij. Hij ligt in het mortuarium van het ziekenhuis, maar niemand mag er bij", antwoordt de dokter.

Piet bekijkt het lichaam van Johannes


Piet Alberts was twee dagen daarvoor na het ontruimen van Lidwina naar Enschede vertrokken. Hij was direct met zijn vrouw Annie ondergedoken bij de fabrikant Gerrit van Heek op het Hoge Boekel te Enschede. Er was immers niet bekend wat de Duitsers allemaal te weten waren gekomen. Hij heeft inmiddels vernomen dat het lichaam van Johannes ter Horst naar het ziekenhuis Ziekenzorg werd gebracht.

Ook heeft hij gehoord van de mishandelingen die Johannes heeft moeten ondergaan. Piet kan dit niet geloven en wil zelf zien wat de Duitsers allemaal met zijn leider en vriend gedaan hebben.

Hij gaat op weg naar het mortuarium. Wanneer hij de deur van het mortuarium wil binnengaan wordt hij aangesproken door twee verpleegsters:

"Hallo, waar gaat u naar toe?" vraagt een der verpleegsters.
"Ik wil het lichaam zien dat hier binnengebracht is", zegt Piet.

"Welk lichaam bedoelt u?" vraagt de verpleegster.

"Dat van Johannes ter Horst", antwoordt Piet.
"Ik mag u daar niet bij laten. Dat is opdracht van de Sicherheitsdienst. Zij zeiden daarbij dat wanneer wij dat toch zouden doen, wij dezelfde behandeling zouden krijgen als deze mannen. Dus het gaat voor u mooi niet door!"

Piet antwoordt: "Oh jawel. Ik ga nu naar binnen en jullie houden mij niet tegen. Ga maar weg en doe alsof je mij niet gezien hebt. Dan heb je ook geen verantwoording af te leggen!"

Zonder het antwoord af te wachten, gaat Piet naar binnen en bekijkt het lichaam van Johannes. Hij ziet dan de verwondingen die Johannes heeft. Volledig kapotgeslagen gezicht en dat er nagels van verschillende vingers uit zijn getrokken. Ook zijn vingers gebroken.
Geheel overstuur en vol met woede verlaat hij het ziekenhuis. In zijn latere leven wilde Piet hierover nooit meer spreken.

Begrafenis van Johannes en Roelof


Op woensdag 27 september 1944 wordt Johannes ter Horst begraven. Alleen de ouders, broertjes en zuster en wat familie zijn daarbij aanwezig. Geen verzetsvrienden. Het is te gevaarlijk. Bij de begrafenis is ook de SD aanwezig, die eventuele verdachten direct zal arresteren. Verder een aantal verraders, die bekenden direct aan de SD-leden door zullen geven.

Het is ook de dag dat de Duitsers een overwinning boeken, door het gelande geallieerde leger nabij Arnhem te verslaan.

Bericht van de dood van Johannes en Roelof in "Trouw"


Op vrijdag 29 september 1944 komt het illegale krantje "Trouw" uit. Daarin staat onder andere het volgende te lezen:

"Woensdag werd Johannes ter Horst, oud 31 jaar en donderdag Roelof Blokzijl, oud 56 jaar, ten grave gedragen. Geen vlag dekte de baren. Geen saluutschoten werden gelost toen de kisten in het graf daalden. Zij vielen voor de zaak van God."

Een eenvoudig, maar indrukwekkend verslag.

 

Wat is de exacte plaats van executie?

 

Wanneer je vandaag eens de plaats wilt bezoeken waar Johannes en Roelof zijn doodgeschoten, waar moet je precies naar toe? Ik heb de vraag voorgelegd aan Gejo Alberts. Hij kent de situatie ter plekke en hij heeft zich ook uitvoerig met deze vraag bezig gehouden. Dat blijkt uit het uitvoerige antwoord dat ik van hem kreeg.

 

"Over de juiste plaats heb ik ook altijd mijn twijfels gehad en ik ben er lang naar op zoek geweest.
Allereerst de getuige die de stoffelijke overschotten aantreft en hiervan melding doet bij de politie. In het dagrapport van de politie staat: "Bij de 2e duiker". Als je dit strikt neemt, gezien de wegensituatie van die tijd, dan was de eerste duiker, vanuit de stad gezien, iets verder dan de huidige Europalaan. Het betrof hier een kleine niet opvallende duiker.

 

De volgende duiker, is die van de Helmerbeek. Deze ligt op de helf van de Helmerzijdeweg en de kruising met de Usselerrondweg, ter hoogte van de huidige Intratuin.

 

Een goede 200 meter verderop, over de kruising van de Haaksbergerstraat met de Usselerrondweg, loopt de Boswinkelbeek. Deze beek is later gekanaliseerd en de grote duiker is van na de oorlog. Maar daar, of in de onmiddellijke omgeving, moet deze duiker gelegen hebben. Wanneer ik de eerste kleine duiker niet meereken, is dát  volgens mij de tweede duiker. Wanneer ik de eerste duiker wél meereken, kom je bij de duiker over de Helmerbeek uit."

Dan vertelt Gejo het getuigenis van zijn vader Piet Alberts, naaste medestrijder van Johannes.

 

"Mijn vader:
Toen ik nog een jongen was, reden wij met de auto, komende uit de richting Haaksbergen, naar Enschede. Gezien vanaf Haaksbergen, nabij een manege, iets verder dan de grote zandafgraving, maakt de weg een soort S-bocht. In het verleden gebeurden daar veel ongelukken. In die S-bocht ligt een duiker. Mijn vader zei in het voorbij rijden: "Daar is Johannes doodgeschoten!" Natuurlijk kunnen er vraagtekens bij gezet worden of hij, de juiste locatie van de Duiker wist. In ieder geval wist hij dat het op een duiker was. Hij kan zich goed hebben laten informeren, maar ook eenvoudig in gedachten de plaats voor ogen hebben gehad.

 

Uit een boekwerkje geschreven door NN, met als titel, "MOED, BELEID en TROUW" ter gelegenheid van een reünie in het jaar 1970, schreef deze over de executie van Johannes  en Roelof:
"Beide lijken werden op de brug in de Haaksbergerstraat (Rutbeek) neergelegd". Dit is de duiker nabij de afslag van het crematorium.  

Mijn (Gejo’s) twijfels over deze locatie:
Als ik zelf daar een lijk aan zou treffen en het crematorium zou nog niet bestaan, zou ik aangeven: "De duiker achter Usselo". Eenvoudiger kun je het niet zeggen. De getuige heeft het over de tweede duiker. De piepkleine duiker die er was (is) nabij de Europalaan (daar hield ook de bebouwde kom op met huizen aan de linker zijde) niet meerekenende, kom ik op de duiker van de Usselerbeek, maar letterlijk zou het de duiker van de Helmerbeek zijn. Op een afstand van ong. 50 meter staan daar een paar huizen van vóór de oorlog."

 

Aldus het uitvoerige antwoord van Gejo.

 

Ik heb daaruit een aantal conclusies getrokken:

 

  1. 1. We moeten uitgaan van het stratenpatroon van 1944.
  2. 2. Het (officiële) dagrapport van de politie kunnen we als het meest betrouwbaar beschouwen.
  3. 3. Een kleine, niet opvallende duiker is ook een duiker.
  4. 4. De tweede duiker is dus die van de Helmerbeek. Die ligt op de helft van de Helmerzijdeweg en de kruising met de Usselerrondweg.
  5. 5. Als ik goed lees komt Gejo ook tot veronderstelling dat het de duiker van de Helmerbeek is. Ik ben daarin wat stelliger, maar ik word ook niet gehinderd door zijn grote kennis van zaken en van de situatie ter plekke.
  6. 6. Johannes ter Horst en Roelof Blokzijl zijn bij de tweede duiker vanaf de stad, die van de Helmerbeek, gefusilleerd. Die duiker had de groep van Johannes geprobeerd te saboteren. Vandaar de keus van de SD voor deze plaats.

 

Ik kan tot geen andere conclusie komen. Dus als u de plaats van de executie wilt bezoeken, gaat u naar de tweede duiker, die van de Helmerbeek. Die ligt op de helft van de Helmerzijdeweg en de kruising met de Usselerrondweg. Bij de ingang van Intratuin.

 

 

Invloed van Dolle Dinsdag op Johannes?


Als je de conclusie van Coen Hilbrink bij deze arrestatiegeschiedenis overneemt: grove onvoorzichtigheid bij Johannes, kun je je de vraag stellen: heeft Dolle Dinsdag 5 september 1944 invloed gehad op de handelwijze van Johannes voor en tijdens zijn arrestatie?

De geallieerden hadden in hoog tempo terreinwinst geboekt. Op zondag 3 september was Brussel veroverd en op 4 september volgde Antwerpen. Veel Nederlanders rekenden erop dat spoedig Rotterdam en Amsterdam zouden volgen. Vlaggen werden van zolder gehaald en er ontstond al een soort van overwinningsroes. Onder Duitsers en NSB'ers brak paniek uit. Vooral de laatsten sloegen massaal op de vlucht.

Echter België was via een smalle corridor bevrijd. Er waren te weinig troepen om verder door te stoten naar het noorden. Een lange hongerwinter in bezet gebied stond Noord-Nederland nog te wachten. Ondertussen keerden sommige onderduikers naar huis en werden verzetsdaden brutaler. Allemaal onder invloed van die Dolle Dinsdag 5 september.

Of Dolle Dinsdag van invloed is geweest op het gedrag van Johannes, kan ik niet zeggen. Ik ben het met de conclusie van Hilbrink en met Gejo Alberts die hem daarin volgt, namelijk oneens. Zoals ik al betoogde: we weten bijna niets zeker.

In hoofdstuk 23 kom ik tot een evaluatie van het optreden van Johannes, waarin ik hem volledig recht probeer te doen.

Verhoor van Adolf Becker die Blokzijl doodschoot


Inleiding

In april 1948 dient voor de bijzondere rechtbank voor oorlogsmidadigers de zaak Schöber. Schöber was de chef van de Sicherheitsdienst te Enschede. Zijn ondercommandant was Adolf Becker. Beiden hebben Johannes en Roelof verhoord en gefusilleerd.

In het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging zaak Schöber (CABR Schöber) staat een verslag van het verhoor van Becker als getuige. Dat verslag is om meer dan één reden interessant. Het geeft de visie van een SD'er op de gang van zaken rond de arrestatie en dood van Johannes en Roelof.

Tegelijk laat het zien hoe onwaarschijnlijk de verklaring van Becker is. Johannes wordt hierin voorgesteld als de verrader van zijn maten. Als er één ding voor mij vaststaat is, dat Johannes nooit ende nimmer zijn vrienden zou verraden, al zouden ze hem nog erger germarteld hebben dat ze nu hebben gedaan.

Voor mij het is verhaal van Becker één en al verdoezeling van de martelingen waaraan ze in ieder geval Johannes hebben blootgesteld. Voor mij is het ondenkbaar dat Johannes met tien schriftelijke mededelingen voor het hoofdkwartier van de KP op zak heeft gelopen?

In haar boek uit 2009 Het Scholtenhuis 1940-1945 schrijft drs. Moninque Brinks over de berechting van de SD'ers uit Groningen:

"Het grote aantal vonnissen dat moest worden geveld, vormde in de chaotische jaren na de bevrijding een monsterklus. Faciliteiten zoals schrijfmachines, papier en vervoer waren beperkt en de zuiveringen waren nog niet op alle fronten doorgevoerd. Daar ondervond ook de rechterlijke macht hinder van. Maar vooral de doortraptheid waarmee de daders tijdens hun verschillende echtszaken nog oorlog tegen elkáár voerden, de manier waarop zij elkaar bedreigden, elkaar uitspeelden en de waarheid soms verdraaiden om hun eigen hachje te redden (en daar soms ook nog in slaagden) (Vet van mij GS): dat vooral verdient een eigen boek."

Tegen de achtergrond van het veelzeggende citaat hierboven staat het onderstaande verhoorverslag van Adolf Becker.

Ik neem het stuk van Becker op volledigheidshalve. Met daarbij de verklaring van Minie ter Horst- Schreurs, de weduwe van Johannes en van Martha Visscher-Blokzijl, de oudste dochter van Roelof. (In hoofdstuk 15 staan bij Roelof dezelfde verhoorverslagen).

Verhoorverslag van Adolf Becker, Kriminal-assistent


"Op 22 september 1944 werd mij op de Dienststelle te Almelo door een Sturmscharführer het volgende meegedeeld: In de loop van de dag was in de buurt van hun Dienststelle door de Feldgendarmerie een motorrijder aangehouden.

Bij de vordering zich te legitimeren had de motorrijder een vuurwapen getrokken en nadat hij op de beambte der Feldgendarmerie had geschoten, had hij getracht te vluchten. Dit was door een post van de Sicherheitspolizei te Almelo, die belast was met de bewaking van de dienstgebouwen, opgemerkt en deze had toen op de motorrijder geschoten.

De motorrijder kreeg een schot door zijn dijbeen en werd gearresteerd en naar de Dienststelle der Sicherheitspolizei te Almelo overgebracht. Daar werd bij fouillering een vuurwapen op hem gevonden, een vervalst persoonsbewijs en een tiental, met de schrjfmachine getypte korte mededelingen, die gericht waren aan het hoofdkwartier van de KP.

Toen wij te Almelo aankwamen was de motorrijder reeds verhoord. Dit bleek een zekere Johannes ter Horst te zijn, woonachtig te Enschede. Ter Horst had bij zijn verhoor bekend dat hij illegaal werkzaam was en dat hij, toen hij gearresteerd werd, op weg was naar een zekere Evert in Nijverdal, om deze de bij de fouillering op hem gevonden mededelingen te brengen. Deze mededelingen had Ter Horst gekregen van een zekere Blokzijl uit Enschede.

Daarop werd een commando uitgezonden onder leiding van verdachte (Schöber) om Blokzijl te arresteren. Dit geschiedde. Blokzijl ontkende Ter Horst te kennen en ontkende ook illegaal werkzaam te zijn. Verder beweerde hij niets van de mededelingen vaan het KP- hoofdkwartier te weten.

Bij fouillering was echter een notitieboekje op Blokzijl aangetroffen waarin verschillende aantekeningen voorkwamen, o.a. de uitgifte van een geldbedrag voor de KP. Hiervoor gaf Bokzijl een ontwijkende verklaring. Verdachte (Schöber) heeft een Sanitater der weermacht laten komen om de schotwond van Ter Horst te verbinden. Daarna zijn verdachte Schöber en ik begonnen met het verhoor van Ter Horst en zijn confrontatie met Blokzijl.

Ter Horst bleef bij zijn verklaringen die hij reeds in Almelo had afgelegd, namelijk dat hij illegaal werkzaam was, tot de KP behoorde, en van Blokzijl de op hem gevonden papieren en het vuurwapen had ontvangen. Ook verklaarde Ter Horst dat door de KP waartoe hij behoorde, een duiker in de weg van Enschede naar Haaksbergen (bij Usselo) was op geblazen. Blokzijl is daarom opnieuw gehoord en ontkende al deze feiten.

Hierna heeft verdachte (Schöber) zich telefonisch met Thomsen in Arnhem in verbinding gesteld en hem omtrent deze zaak ingelicht. Na afloop van dt telefoongesprek deelde verdachte (Schöber) mij mede dat de chef Thomsen opdracht had gegeven Ter Horst en Blokzijl nog in de loop dan diezelfde dag Zaterdag 23 september 1944 op de plaats waar door hun groep sabotage was gepleegd, te fusilleren.

Als plaats waar deze fusillering zou plaats vinden werd door verdachte bepaald meergenoemde duiker in de weg Enschede-Haaksbergen, waarop ook inderdaad een aanslag was gepleegd.

Ingevolge de opdracht van Thomsen zijn we diezelfde avond in twee auto's van onze Dienststelle vertrokken. Wij zijn vervolgens gereden naar de weg Enschede-Haaksbergen en ongeveer 20 meter voor genoemde duiker werd gestopt. Daar zijn Ter Horst en Blokzijl uit de auto gestapt en door verdachte (Schöber) en mij meegenomen naar deze duiker. Daar zijn Ter Horst en Blokzijl ter rechter zijde van de weg opgesteld. Verdachte (Schöber) heeft hen toen meegedeeld dat hij bevel had hen te fusilleren en de reden waarom zulks zou geschieden.

Vervolgens nam verdachte (Schöber) plaats tegenover Ter Horst en ik tegenover Blokzijl. Vervolgens hebben verdachte (Schöber) en ik met onze dienstpistolen op de tegenover ons staande arrestant drie of vier schoten afgevuurd.

Ter Horst was reeds gevallen toen Blokzijl nog niet getroffen was. Nadat ik drie of vier schoten op Blokzijl had afgevuurd, stortte ook deze neer.

Wij zijn nog even ter plaatse gebleven en nadat verdachte (Schöber) zich overtuigd had dat hij Ter Horst en Blokzijl de dood was ongereden, zijn wij naar de auto's teruggekeerd en naar Enschede teruggereden.

Verdachte (Schöber) heeft vervolgens de Nederlandse politie meegedeeld dat Ter Horst en Blokzijl gefusilleerd waren, waarom dit gechied was, waar de lijken lagen en dat zij waren vrijgegeven."

Aldus de verklaring van Adolf Becker als getuige bij de zaak Schöber, zijn chef bij de SD-Enschede.

Vervolgens verklaart Johannes Gerhardus Huls te Arnhem:

"Omstreeks Juni 1944 ben ik als Polizeihilfe in dienst getreden bij de Sicherheitspolizei te Enschede. In het laatst van September heb ik met Becker en Mensink en nog enige andere beambten een inval gedaan in de woning van een zekere Blokzijl aan de Lipperkerkstraat te Enschede. Blokzijl werd verdacht van illegaal werk.

Diezelfde avond zijn Blokzijl en een zekere Ter Horst door mij, verdachte (Schöber) en enige anderen in twee auto's naar de Haaksbergerstraat te Enschede gebracht naar een plaats waar daags tevoren een duiker die onder de straatweg doorliep door de illegaliteit was opgeblazen. Ik en een ander zijn in de auto's achtergebleven, terwijl de overige beambten met de twee arrestanten zijn uitgestapt en zich hiermede verwijderden. Enige ogeblikken later hoorde ik enige schoten en ik begreep toen wel dat Ter Horst en Blokzijl waren gefusilleerd.

Verhoorverslag van Hermina Schreurs, weduwe van J. ter Horst op 20 april 1948


"Mijn man, Johannes ter Horst, geboren te Enschede 1 April 1913, was leider van de KP in het gewest Enschede. Het hoofdkwartier van de KP was gevestigd in huize Lidwina te Zenderen. Op Vrijdag 22 september 1944 heeft mijn man des middags per motorrijwiel het hoofdkwartier verlaten.

Enige tijd na het vertek van mijn man kregen wij op het hoofdkwartier bericht dat hij door de Feldgendarmerie te Almelo was gearresteerd. Eerst had hij nog kans gezien om, na een bewaker te hebben neergeschoten, te vluchten.

Maandag 25 september 1944 kreeg ik via de illegaliteit bericht dat mijn man op 24 september 1944 aan de Haaksbergerstraat te Enschede samen met een zekere Blokzijl gevonden was en dat beiden waren gefusilleerd."

Verhoorverslag van Margje Johanna Blokzijl, echtgenote W. Visscher op 20 april 1948


"Mijn vader, Roelof Blokzijl, geboren te Ambt-Hardenberg 13 juli 1888, was tijdens de bezetting illegaal werkzaam en woonde toen aan de Lipperkerkstraat 265 te Enschede.

Op Zaterdag 23 september 1944 des morgens te omstreeks 8 uur kwamen een vijf à zestal beambten der Sicherheitspolizei te Enschede aan de woning van mijn vader, bij wie ik toen inwoonde. Mijn vader werd geboeid en overgebracht naar de Diensstelle der Sicherheitspolizei te Enschede.

Ik ben de volgende dag naar het politiebureau gegaan. Mij werd daar medegedeeld dat die morgen mijn vader tesamen met een zekere Ter Horst doodgeschoten was gevonden te Enschede."

Uitleiding van de verhoorverslagen


Eigenlijk geeft het verslag van Minie ter Horst-Schreurs precies de feiten die we kennen en waarvan echt vaststaat: dit is de werkelijkheid, geen fatansie of aanvulling. De waarheidsgetrouwheid van de verklaring van Adolf Becker acht ik buitengewoon laag. Ze hebben Johannes gemarteld en dat wordt verdonkeremaand. Zoals hun acties misdadig waren zo onbetrouwbaar zijn hun verklaringen. Ik geef er geen cent voor. Ondanks de leugenachtigheid bevat het verhoorverslag van de SD'er Becker indrukwekkende momenten. Vooral als je zijn verhaal leest van de executie. Zo zal het gegaan zijn. Zo zal het al die keren gegaan zijn.

De beide verklaringen van Minie en Martha, bijna vier jaren na dato, moet bij hen weer veel verdriet naar boven gebracht hebben. Verschrikkelijk wat er allemaal gebeurd is in die droevige septemberdagen uit 1944. (Dick Kaajan stuurde me de uitdraai uit het CABR, waarvoor dank).

kranslegging


Op 24 september 1945 werd het graf van Johannes bedolven onder bloemen.

Terzijde van het graf een erewacht.

Vier oude vrienden leggen een krans:

Vanaf links: Dries Nijenhuis, Cor Brasz en Frits Buitenbos.

Joop Jonge Poerink schikt de krans.

Het graf had toen nog geen steen.




In Het Grote Gebod staat over Johannes het volgende getuigenis:

"In hem verloor het LKP een van zijn zeer groten! Hij was een geweldig vechter, zonder vrees en bovenmate koelbloedig. Door zijn grote organisatorische gaven en zijn iedereen respect afdwingende houding werd hij, de eenvoudige bakkersknecht, bovendien de leider van het gehele KP-verzet in het Oosten." (dl 1, 476)


Grafsteen van Johannes ter Horst

Op de grafsteen staat als overlijdensdatum 24 september 1944.

Met als tekst: Ik stel den HEERE gedurig voor mij.


DE OORLOG IN BEELD: HOE ERG HET WAS!
Hitler te paard

De laatste ronde


Een angstaanjagende tekening met Hiltler en Herman Göring en Joseph Goebbels (met de zeis), de twee naaste medewerkers van Hitler. Vooral die angst in die paarden, bijzonder knap getekend.

Jordaan schrijft daarbij: De oorlog is verloren voor het Derde Rijk, maar de Britse tegenslag bij Arnhem biedt de nazi-leiders nog een laatste, maar al te goed gebruikte kans om de Duitse Furie te laten woeden in en tegen Nederland.

Nimmer te voren werd er zo bruut vernield en zo mateloos geroofd als in de laatste zeven-en-halve maand voor de bevrijding.

Ons land werd bij die satanische dodenrit nog deerlijk gehavend.

Wilt u naar het volgende hoofdstuk 21. Klik dan op Lidwina verraden en verwoest

Links ivm Johannes ter Horst:

artikel in nd over johannes

interview over johannes


anton reedijk uit rotterdam

reinder spriensma uit ureterp

lammert huizing uit sellingerbeetse

roelof blokzijl (in English)

 

 

 

Bezettingstijd in Amersfoort


inleiding oorlogstijd in a'foort
oorlogstijd in amersfoort dl1
oorlogstijd in amersfoort dl2
oorlogstijd in amersfoort dl3
oorlogstijd in amersfoort dl4
oorlogstijd in amersfoort dl5

oorlogstijd in amersfoort dl6

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere links:

 

De invloed van de bijbel
op Nederlandse cultuur


Gedichten
met kort commentaar



 Enschede in 40-45

beheer